Aalst

      Geen reacties op Aalst

Aalst komt in Noord-Brabant en ver daarbuiten, algemeen voor als water- en plaatsnaam. De etymologie is oud en niet eenduidig. Een belangrijk deel van de aal(st)-toponiemen wordt gecombineerd aangetroffen met voorde ‘doorwaadbare plaats’ en heeft waarschijnlijk betrekking op een moerassige omgeving, slappe bodem of de plek waar een beek of het moeras via de voorde kon worden gepasseerd.

Vroeger werd aalst opgevat als een afleiding bij de boomnaam els (Alnus) met het verzamelsuffix -t  in de betekenis ‘plaats waar elzen staan’. Deze verklaring strookt meestal niet met de oudste schrijfwijzen, maar wordt wel versterkt door het gegeven dat op moerassige plaatsen vaak elzen worden aangetroffen. Vaak komt els ook voor naast aalst voor maar is dan veel later gedateerd. Anderen zien in aalst Germaans *alhust- ‘woonplaats’ of ‘heidens heiligdom’. Het woord is zo oud dat meerdere betekenissen mogelijk zijn. Hieronder worden diverse verklaringen verder beschreven;

  1. Diverse auteurs (Etymologiebank, 2021) noemen aalt ‘gier, mestvocht’ ouder ael (1469) met later toegevoegde -t, uit Middelnederlands adel ‘slijk’ Nederduits ad(d)el ‘gier’, Fries ael, Oudengels adel, adela ‘vuilnis, riool, urine’, Engels addle ‘rot, bedorven’. Het woord aal werd vooral nog in Zuid-Nederland gebruikt. Volgens Kieft (1938) is homonymie met aal ‘paling’ en aal ‘bier’ in het West-Nederlandse taalgebied er de oorzaak van dat twee van deze drie woorden zijn verdwenen, met als blijvers aal ‘mestvocht’ in de Zuid-Nederlandse dialecten en aal ‘paling’ in de Hollandse dialecten.
  2. Segers (1993) noemt als mogelijk oorsprong alha ‘boerderij’ vroeger ook ‘heiligdom’ Men heeft dit woord in verband willen brengen met de diverse oude plaatsnamen Aalst. Het woord was al in gebruik in plaatsnamen in de 6e eeuw en kende een verspreiding tot ver in Romaans gebeid. Aalst komt in de Salische wet (507-554) meermaals voor. Ook Gysseling (1978) noemt diverse oude plaatsnamen Aalst, die mogelijk afgeleid zijn van alkos ‘heiligdom’ (cf. Gotisch alhs, Oudengels ealh’.
  3. Taaldracht noemt voor Aal de betekenissen ‘stroom, uitstroom, vaart, vaargeul’ mogelijk aanwezig in de plaatsnamen; Aalburg, Aalsmeer, Almere, Alem.
  4. Volgens Greulle (2013) hebben waternamen gevormd met al- in Duitsland betrekking op gronden die door wassende, zwellende rivieren worden overstroomd.

Het riviertje de Aalst en de aangrenzende Aalst Duinen ten zuiden van Esbeek (Hilvarenbeek)  (Waterstaatskaart).

Onduidelijk is de verwantschap met de nabijgelegen riviernaam Alm, secus fluvium, qui dicitur Alme (1258) die nog door niemand goed is verklaard. Het is een oude breed over Europa verspreide waternaam die in de oudste vormen als Almina voorkomt. De riviernaam is overgaan in (verdwenen) dorpen zoals Almsvoet en Almmonde.

Langs de Dommel in Boxtel en Sint-Oedenrode komt ook de nevenvorm Oel voor, dat  in de jongere vormen meestal als Noel of Neul wordt geschreven waarbij de ‘n’ van het lidwoord ‘den’ zich heeft vastgehecht aan het zelfstandig naamwoord oel. Voorbeelden zijn:  ‘Bucstel, in loco dicto die Noel’ (1388), het ‘Zaerbemptken gelegen over die Hoybrugge by den Oel genoemt’ (1547), een ‘Koewey inde neul’ (1657), onder Sint-Oedenrode een hoeve ten Oel (1533) later eveneens als Neul (1644).

Beschrijvingen van rivier- en moerasnamen:

(1) Aalstgraaf (Uden)

Op de kadasterkaart (1832) wordt genoemd het beekje de Aalstgraaf naar het omliggend moerassig terrein de Aalst (wijstgrond). Betreft een voormalig waterloop afkomstig uit de ontginning Hoevensche Ramen (Uden) en afstromend naar de Leijgraaf. Vermoedelijk de locatie van een verdwenen middeleeuwse watermolen. Op de plaats waar de Aalstgraaf en de Loop uit de Rakt samen kwamen voor uitmonding in de Leijgraaf  lag vermoedelijk een oude burcht of hoeve. Er is maar één historische attestatie uit 1486.

“erfpacht van een olijmolen, dezelve burg toebehoorende, en die voertyts in deser borch ghestaen heeft en biden water ghegaen heeft;  ……die welcke olymoelen, mids ghebreck van water, om datmen daer altyt niet water en hadde, om die te orbaren, wt deser borch ghetoghen is, en is ghemaeckt om metten peerden te orbaren”.

(2) Aalsloot (‘s-Hertogenbosch)

Wetering in de oude Polder Ham (1461) tussen Engelen en ‘s-Hertogenbosch. De Aalsloot ligt op het laagste punt van de polder daar waar deze met een sluis uitmondt in de Dieze. vormde een verbinding tussen de Bossche Sloot en de Nieuwe Bak.

(3) Aalstvoort (Herpen, Oss)

Aalstvoort of Aalsvoort is een voormalig buurtschap in de voormalige gemeente Herpen of de grens met Schaijk, nu opgegaan in de gemeente Oss. Het betreft een doorwaadbare plaats (voorde) in een moerasgebied tussen de hoge gronden van herpen en Schaijk. Later als ‘het Aalstvoorts brugje’ over de Ribroeksche Wetering voorheen de Run, welke naam is overgegaan op de straatnaam Runstraat.

(4) Aalst, Aalstvoort, Aalvoortbeemd (Hilvarenbeek)

Als rviernaam Aalst te Esbeek (Hilvarenbeek). In 1752 wordt nog gesproken over schouwvoering in ‘het Stroomke in de Aalst’ waarbij het duidelijk nog een gebiedsnaam is voor het omringende natte heidegebied. In 1881 spreekt men voor het eerst over de duiker in de Tuldersedijk over het Aalstloopke te Esbeek. Later is de naam Aalst geintroduceert. Meer oostelijk de vermeldingen; Adervoort  (1530), Aelvoort (1656), Aallevoort (1823). De Aalvoortbeemden lagen aan het Spruitenstroompje. Ook als d’Aelvoort Bempt in het Groot Broek of Broekveld ter plaatse.

Buurtschap Aalstvoort  (Herpen, Schaijk) met de jongere vermelding Elzenkampen. De naam van het betreffende watertje Run is overgegaan op de straat waarin de voorde lag, waarna de waterloop gewoon een wetering werd. 

Historische veldnamen en plaatsnamen met Aal(st)

(1) Aalst (Waalre)

Oudste vermelding aolst (1281), Alst  (1306) Henrico investito de Haelst (1458),  Aelst (1773).

(2) De Aalsten, Aalstraat (Gilze)

Een moerassig gebied bij Gilze. De Aalstraat is genoemd naar de omliggende akkers en weiden van Gilze, die van oudsher als ‘de Aelst’ werden aangeduid. Het waren oorspronkelijk lage vochtige gronden die tegen de Groote Lei aanlagen en die begroeid waren met elzenbomen. In het cijnsboek van 1456 staat al: ‘te Kerchofaend aelstrate’ en ook ‘wei in d’aelstrateaen Kerchovenbroec’.

(3) Aalveld, Aantal, Aent Dael (Eerde)

Aalveld verwijst naar een drassig gebied. Uit de vermelding van 1754  ’t Aal, land en groes in ’t aal, land aan ’t aal bij d’ oude huisplaats. Hieruit is de latere vervorming tot ‘aantal’ te verklaren.

(4) Aalsveld (Doeveren),

Het Aalsveld, Aelstvelt (1424). Voormalige polder en ook waterschap tussen Doeveren en Genderen.

(5) Aalburg (Altena)

Oudste vermelding als Alburch (889, kopie 13e eeuw)

(6) Ter Aalst (Oosterhout)

Oude vermeldingen zijn Aelst (1311), en ter Aelst (1331)

(7) Aaldonk (Son en Breugel)

Wordt in 1381 al vermeld als  beemd in breugel in aeldonc. Niet nader gelocaliseerd.

(8)  Aalst, Klein Aalst (Weelde, Ravels)

Oude vermeldingen zijn alst (1368), aelst (1410), aelsten (1630), aelste (1631), Aelstacker (1681), Aelstbocht (1643).

Het aantal aalst-toponiemen in aangrenzend Gelderland, Limburg en de Vlaamse provincies is aanzienlijk. Dit overzicht is verre van compleet.

Geraadpleegde bronnen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *