Beek (Soeterbeek)

      Geen reacties op Beek (Soeterbeek)

De Soeterbeek is een historische naam voor de huidige Heuvelakkersloop, een kleine zijbeek van de rivier Dommel op de grens van Nuenen/Gerwen en Nederwetten. De waternaam is overgeleverd via de naam van een klooster dat in 1448 aan de beek werd gesticht.

Plaatsbeschrijvingen

Soeterbeeck is nu een klooster der Kanunnikessen van den H. Augustinus te Deursen bij Ravenstein. Het klooster is echter al in 1448 gesticht in de voormalige Kerkhofse hoeve te Nederwetten. In dat jaar schonk Henricus Sanders, pastoor van Nederwetten, grond en huis gelegen bij ‘die Suetbeeck’ om daar een kloostergemeenschap voor vrouwen te stichten. Al in 1462 werd het klooster verplaatst naar Nuenen, omdat de ligging nadelig werkte op de gezondheid der leden. Het klooster lag volgens de beschrijvingen in een moeras dat te ongezond was voor bewoning. Het water was er nauwelijks te drinken. Daar werd een nieuw klooster gebouwd aan de rechteroever van de Dommel, tegenover kasteel Eckard. In 1731 vertrokken de nonnen opnieuw, nu naar Deursen in het Land van Ravenstein omdat daar destijds godsdienstvrijheid was.

Kaart van Jacob van Deventer (1550) met de vermelding Suetebeeck. De kaart is verder erg onnauwkeurig voor locaties Nederwetten en Nuenen. Bron: Brabantiae Descriptio JvDeventer BHIC 5129-3H17.pdf

Er zijn diverse mogelijke verklaringen voor het eerste bestanddeel soet in Soeterbeeck;

  1. In eerste instantie wordt gedacht aan de betekenis van zoet (= niet zout). Een water zoet noemen is wellicht te verwachten in de kuststreek, maar niet in het midden van Brabant, immers hier is al het water zoet. Naar Schönfeld zijn er geen waternamen bekend in de betekenis van modern zoet. Een voorbeeld van suet in de betekenis van zoet (= niet zout) zou eventueel de plaatsnaam Zoeterwoude kunnen zijn, dat omstreeks 750 na Chr. al is beschreven als Suetan, naar het riviertje de Suet (Swet). In het Middelnederlands suote, met een Germaanse grondvorm *swōtu of *swōtia, in de Engelse taal nu sweet. De letter w vóór de klinker oe zou dan door ‘vocalisatie of klinkerwording’ in het Middelnederlands al vroeg zijn verdwenen. Ook voor Zoeterwoude is de verklaring onder (3) genoemd meer aannemelijk.
  2. Suet in de betekenis van zuid (Zuidbeek). Deze verklaring is onwaarschijnlijk. De oude schrijfwijze is suth of suut.
  3. Een derde verklaring van suet is mogelijk een aanduiding voor de kleur van het water, naar het Middelnederlandse soet (Germaans *sôtam) in de betekenis van de kleur zwart (roet uit de schoorsteen). Hoewel een donkere kleur past bij het moerige en zure karakter van de beek (zoals in de oudste geschriften voor deze locatie beschreven) past dit niet bij de oudste schrijfwijze van Suetbeeck.
  4. Een vierde en tevens ook de meest waarschijnlijke verklaring is suet (swet) in de betekenis van grenssloot (zwetsloot), zoals in de plaatsnaam Zweth in Zuid-Holland (Suette, 1280). Overdrachtelijk gebruikt voor waterlopen die van oudsher grensscheidingen vormen, in Holland en Utrecht ook de benaming voor brede sloten die de akkers in de veenlanden van elkaar scheidden en waaruit het veen werd gebaggerd. Met pas later een betekenisontwikkeling tot ‘plas of put die uitgeveend wordt’. In de 15e en 16e eeuw in Friesland (Swethe) nog een gangbare soortnaam voor waterlopen. In de oorspronkelijk betekenis mogelijk in de betekenis ‘door een snede gemaakt spoor’ (naar Kluge-Mitzka, in de Vries, 1971).

In Brabant is swet in de betekenis van ‘grenssloot’ als waternaam niet eerder aangetroffen maar het kan als migratienaam wel sporadisch voorkomen. Uitgaande van deze laatste verklaring zou het interessant zijn de betekenis en ligging van ‘grenswater’ nader te onderzoeken. Mogelijk betreft het de huidige Hooidonksebeek die destijds de oude gemeentegrens vormde tussen de dorpen Nederwetten en Nuenen & Gerwen (zie kaart A.C de  Brock).

Kaart van de dorpen Nunen en Gerwen, Tongelre, Nederwetten, Zon en Breugel.
Bron: A.C. De Brock (1852)

Historische veldnamen

Geen waarnemingen opgernomen.

Geraadpleegde bronnen

  • P. Kempeneers, Hydronymie van het Dijle. Naamkunde. Jaargang 15 (1983).
  • A. van Hoogstraten: Aantekeningen op het land van Ravenstein, bewerkt door H. Sluijters en A. Sanders (2008).
  • H. Tummers e.a.: Priorij Soeterbeeck te Deursen, Nijmegen (2000).
  • P.A.F. van Veen en N. van der Sijs: Etymologisch woordenboek, 2e druk, Van Dale (1997).
  • G. van Berkel & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard (2018).
  • Nicoline van der Sijs (samensteller): Etymologiebank (2010) .
  • A.C den Brock: De stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch (1852).
  • Heemkundekring De Drijehornick: Soeterbeek, van klooster tot buitenplaats (2019).

https://nl.wikipedia.org/wiki/Weipoortse_Vliet

http://www.bhic.nl/onderzoeken/archieven

http://janvanbakel.nl/Nuenen/NuenenGK.jpg

http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=MNW&id=53150

http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/zwad

http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/zoet1

http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/zoet2

http://www.nederwetten.org/images/Informatieboekje.pdf

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *