Erkbeek

      Geen reacties op Erkbeek

De Erkbeek ontspringt ten zuiden van Stad Hamont (B) en stroomt in noordelijke richting waar deze de landsgrens tussen België en Nederland vormt. Historische vermeldingen van de Erkbeek zijn; aen den arckloop (1608), de erckbeek (1726), de ercke beecke (1773), Erk Beek (1877), maar ook modern heeft de naam Erkbeek zich gehandhaafd naast synoniemen als Honnetbeek en Kransjesbeek. In Nederland verandert de naam in Buulder Aa (stroomgebied van de Kleine Dommel). Kempeneers e.a. (2016) vermeldt onterecht de Erkbeek als bovenloop van de Beverbeek (Warmbeek). Men ontleent de naam Erkbeek aan de watermolen van Grevenbroek.

Op de Erkbeek heeft echter nooit een watermolen gestaan. Toch is de verklaring niet ver weg. De Erkbeek voedde in de Middeleeuwse situatie ook de Walbeek, een gegraven watergang die de vestinggracht van Hamont van water voorzag. Deze Walbeek verlaat de gracht aan de noordzijde als Rioolbeek die inderdaad naar Grevenbroek stroomde. Midden 19e eeuw is deze Rioolbeek afgeleid naar de Strijper Aa.

De oudste betekenis van een ark (arcke) was ‘kist, kast, schrijn, doos, dak van de houten constructie van een watermolen‘. Dit arcke vormt het houten gewelf waaronder het rad van een door water gedreven molen draait. Het woord molenark werd echter breder gebruikt, ook voor de sluis bij het verdeelwerk van de watermolen en de molenomleiding. Het is niet onlogisch dat er bij de verdeling van het water tussen de Erkbeek en de Walbeek een sluisconstructie heeft gestaan die in de waterverdeling naar de stadsgracht van Hamont een belangrijke functie heeft gehad. Het water kon daar worden  tegengehouden door het optrekken en inzetten van borden, slaghouten of deuren. Zie afbeelding 1.

Afbeelding 1. Een van de weinige foto’s van een houten ontlastsluis, hier bij de vml. watermolen van Sint-Oedenrode (Hambrug). Elders worden deze molensluizen ook een ark genoemd, nu verdrongen door sluis. Uit de Collectie van Jo van der Kaay (BHIC).

Afbeelding 2. De molenark van Opwetten, hier uitgevoerd in een moderne stalen uitvoering. Foto door de auteur.

Het woord wordt echter ook aangetroffen voor de houten constructies van een visgeweer. Zie afbeelding 3. Uit twee zestiende-eeuwse beschrijvingen voor de Essche Stroom; “zal berthout altijt dese arcke ofte ghewere op erffenise van Gijsbrecht Aert Meliszoon, verkoper, optrecken ende dat oever hogen om daer te mogen gaen ende corven optrecken” en “een arcke oft ghewere op te richten int hol van de grave (1535)”. Het woord heeft dus blijkbaar meer met de waterbouwkundige vorm/constructie te maken gehad dan de functie waarin we de moderne betekenis nog herkennen.

Een beroemde verwijzing naar het woord ark wordt aangetroffen in ‘Exonerat et arcet’ uit Roemer Visscher dichtbundel Sinnepoppen (1614). De letterlijk vrije vertaling uit het Latijn is ‘loost en houdt tegen’ met de dubbelfunctie exonerat ‘afvoeren’ en arcet ‘vasthouden’. Zie afbeelding 4.

Zo ook Noachs Ark uit de Bijbel, waarbij we de oorspronkelijk betekenis nu uitbeelden in een bootvorm, maar wat waarschijnlijker een soort van drijvende kist is geweest.

Afbeelding 3. Visgeweer in de rivier Thames. Afbeelding uit Het stroomgebied van de Dommel. Een landschapsbiografie (2023).

 

Afbeelding 4: ‘Exonerat et arcet’ uit Roemer Visscher dichtbundel Sinnepoppen (1614).

Geraadpleegde bronnen

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *