Koelebeek

      Geen reacties op Koelebeek

De Koelebeek (Coelbeeck, 1520) is een historische naam voor een beekje dat vanuit de hoge heidegronden bij Herpen en Schaijk (natuurgebied De Maashorst) afstroomde naar de lage gronden langs de Maas. De beek waterde via de Groote wetering en de Diedense sluis uit in de Oude Maas. Door verdroging en verandering van de waterhuishouding is het beekje nu grotendeels verdwenen.

Op sommige 18e eeuwse kaarten staat de beek aangegeven met de (onjuiste) naam Schaijk (Scheik). Ook komen de namen Groenedijkse Beek, Berchemse Seeg en Schaijkse Seeg voor. Tot omstreeks 1600 ontsprong deze beek in de Peel ten noordoosten van Boekel en stroomde via  de westgrens van het land van Ravenstein af naar de Maas. Door de ontginning van de Peel en een aangepaste waterhuishouding richting Leijgraaf en Aa ging het bovenstrooms gelegen oorsprongsgebied verloren. Ook zal de vorming van stuifzandduinen bijgedragen hebben aan een veranderde situatie. Toch was het begin 20e eeuw nog een aanzienlijke beek, ook omdat de afwatering van het tot weiland ontgonnen Ganzenven via de Koelebeek verliep. Men had begin 20e eeuw nog zo veel last van het water dat men in Berghem nog een waterschap ‘De Hondshoek’ wenste op te richten om al het water dat van de hoge gronden van Koolwijk afstroomde te kunnen keren. Volgens mondelinge overlevering ‘spoot het water uit de hei’. Het was zo helder dat men op Koolwijk er de was mee deed (A. Gremmen, 2001).

De Koelebeek is al bekend uit historisch documenten over de Capella S. Annae in Coelbeeck (1520). Rond de kapel en de beek heeft zich het dorpje Koolwijk gevormd, waarvan het eerste woorddeel ook nu nog naar de oude waternaam verwijst. Het tweede woorddeel wijk is geen waternaam, maar verwijst naar de langgerekte straat waaraan de boerderijen stonden en van waaruit vermoedelijk al in de 10e eeuw de polderontginningen plaatsvonden. Koolwijk behoorde tot het zeer oude ‘moederdorp’ Herpen, met een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis als Schaijk (Schadewijk). Zie voor de toponymie van ‘wijk’ bij De Vries (1971).

De Koele Beek stroomt door het dorp Koolwijk. Omstreeks 1960. Bron: Stichting Herpen in woord en beeld: De Koolwijk een parel in Brabant (2011).

Op deze kaart van Hendrik Verhees staat de beek vermeld als Berchemse Seeg.  

Met de verlenging van de Maasdijken in het Land van Dieden en het Land van Ravenstein veranderde omstreeks 1300 ook de bestemming van de Groenendijk  (een Zeghedyc) van een echte Maasdijk in een binnendijk. Deze zeghedycken zijn immers veel ouder dan de Maasdijken en dienden in eerste instantie alleen om het van boven komende water tegen te houden en zijdelings langs de poldergrenzen af te wenden naar de Maas. Op de plaats van deze riviermondingen werd na aanleg van de Maasdijken een sluis gebouwd.

De naam Zeghedyc (soms ook Zeedijk genoemd) doet vermoeden dat er nog invloed merkbaar was van de zee. Dat is niet zo, de betekenis van ‘Zege’ moet meer worden gezocht in de betekenis van ‘wegzijgen’. De gegraven watergang naast de dijk noemt met ook wel Seeg (Zeeg of Zeek). Een zegen werd gegraven op het laagste punt van de nieuw ontgonnen dorpspolder, liefst gebruik makend van een bestaand natuurlijk water.

Zie ook het artikel over de waternaam Zeek.

Kapel van Sint Anna

De Annakapel wordt voor het eerst genoemd in 1520 in een kerkelijk beneficieregister van het prinsbisdom Luik als ‘Capella S. Annae in Coelbeeck’. De kapel is echter zeker veel ouder. Uit dezelfde bron blijkt in 1566 dat de geestelijke die deze kapel bedient, alleen de stipendia en offers van de bezoekers als inkomen heeft. Het beeld van Anna-te-Drieën in de kapel, dat uit ca. 1490 dateert, wijst op een dan al bestaande devotie ter plaatse. het feest van Sint Anna wordt gevierd op 26 juli. Echtparen vragen om een goed huwelijk, ongehuwde vrouwen vragen om een echtgenoot: ‘Sint Anneke, Sint Anneke, geef me een goed manneke’ (Stichting Herpen in woord en beeld, 2011).

Tafel van de heilige Geest

Drie boerderijen op Koolwijk waren al vanaf 1455 eigendom van de Tafel van de Heilige geest. De Bossche Tafel van de Heilige Geest was in noordelijk Brabant verreweg de rijkste armenzorginstelling.  Door schenkingen en legaten van voornamelijk rijke Bosschenaren ontstond een enorm vermogen, dat werd belegd in boerderijen die meestal in tijd- of halfpacht werden gegeven, in stukken land rondom de stad ‘s-Hertogenbosch die in tijdpacht werden gegeven en in renten in geld of natura (Kappelhof, 1980).

Kapel van Sint Anna omstreeks 1920. Bron: Stichting Herpen in woord en beeld: De Koolwijk een parel in Brabant (2011).

Geraadpleegde bronnen

  • Stichting Herpen in woord en beeld: De Koolwijk een parel in Brabant (2011).
  • www.meertens.knaw.nl/bedevaart/bol/plaats/406 
  • J. de Vries: Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden (1971) www.etymologiebank.nl/trefwoord/wijk1
  • T. Kappelhof: Het archief van de Tafel van de Heilige geest te ‘s-Hertogenbosch (1980)
  • J. de Jong: Cultuurhistorische analyse Hof van Holland (2015).
  • A. Gremmen: een riviertje of beek dwars door Berghem. In ‘t-Vagevenster nr 17 (2001).
  • M. Schönfeld: Nederlandse waternamen: Amsterdam (1955).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *