Rioolbeek

      Geen reacties op Rioolbeek

De Rioolbeek vormt nu de bovenloop van de Strijper Aa op Belgisch grondgebied (stroomgebied van de Kleine Dommel). De naam Rioolbeek komt voor onder oudere namen als Rijoelbeke (1753), de Riole (1769) en zorgde o.a. voor de afvoer van het water uit de stadsgracht van Hamont, die werd gevoerd door de Erkbeek en Walbeek. De Rioolbeek vormde tot medio 1950 een bovenloop van de Beverbeek, Warmbeek naar de Tongelreep. Zie afbeelding 1.

In 20e eeuw wordt de naam Rioolbeek in verband gebracht met de lozing van rioolwater uit Hamont dat ongezuiverd over de grens kwam. Hiervoor werd de Rioolbeek afgekoppeld van de Beverbeek en werd een nieuwe watergang gegraven naar de Strijper Aa. Vanaf medio 1950 wordt ook het effluent van de rioolwaterzuivering van Hamont op de Rioolbeek geloosd. De naam is echter al veel ouder en heeft niets te maken met de betekenis die we nu geven aan een vuilwaterriool.

Oorspronkelijk was het een gewoon woord voor; afvoerkanaal, greppel, voor, gracht, uitwatering. Uit het Romaans rigole ‘ploegvoor of klein beekje’. In Noord-Brabant heeft het primair de betekenis gekregen van een (droge) ontwateringsgreppel gehad totten neesten ryale voer syne doere ‘tot de naaste riool voor zijn deur’ (1380). Leenders (2011) noemt riool ‘een gegraven veenontwatering en grensmarkering’. In de samenstelling ryoolsloot, waarschijnlijk in de betekenis van ‘eene sloot die tot afwatering dient’ komt voor in een verkoopbrief van land onder Hooge Zwaluwe (1567). In Oisterwijk ‘het middelste veld in de Gemulhoecken daerinne de rioolkens sijn gegraven (1695).

In het schutreglement van (Hilvaren)Beek (1687) wordt bij de aenstellinge van breuckmeesters vermeld dat ze present moeten zijn bij het schouwvoeren int begaen van banheymselen ende acker rioelen op de gemeenschappelijke gronden. Breuck hier in de betekenis van ‘boete of belasting innen’.

In de 16e eeuw ontwikkeld het woord zich langzaam als een ondergrondse pijp, ‘Rioelkensriole onder d’eerde ‘overdekt onderaards afvoerkanaal’ (1573). Ghelijck oft in den cleynen rioolkens vuylicheit ware (1514). Begin 19e wordt dat de belangrijkste functie, ‘een open afvoerkanaal van vuil water’ (1843). Modern is het woord riool een algemene term geworden voor ‘een overdekte buis  voor de afvoer van vuil water, Zie afbeelding 3.

Afbeelding 1: De oude stad Hamont op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden 1771-1778. Op de kaart de stadsgracht die via de Walbeek (rechts) wordt gevoed door de Erkbeek (boven).  Links de afwatering van de stad via de Rioolbeek.. Het noorden in links.

Afbeelding 2: Op de Waterstaatskaart Valkenswaard-Oost (1949) wordt de Rioolbeek of Beverbeekloop links van de stad aangegeven. De verbinding tussen de Beverbeek(loop) en de Strijper aa is nog niet aangebracht.

Afbeelding 3: Voorbeeld van een riool voor heideontwatering, genoemd in het schutreglement van Beek. Op de foto; Flip van Gool op de voormalige Beekse Gemeynt (1924).

Historische veldnamen met Rul

  • Onder Etten heeft men een grasland, dat Riool heet.
  • Onder Roosendaal ’t Riool (1734).
  • Onder Liempde kwam riool voor als waterloop die ryoel (1388).

Geraadpleegde bronnen:

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *