Blaak

      Geen reacties op Blaak

Blaak is een oude waternaam ontstaan uit een verkorting van Barlake (bar + laak). Oorspronkelijk in de betekenis van een moerassige vlakte, ven, nat groesland of regelmatig ondergelopen land. Later overgegaan in de betekenis van kreek, afwateringssloot, turfvaart. Zie ook onder de artikelen Bleek en Laak. Blaak komt op Rotterdamse stadstekeningen (1480) al voor als naam voor de vestinggracht die Blake. Oorspronkelijk was Blac de naam van een kreek in Westnieuwland, een gebied dat geregeld droog viel onder invloed van eb en vloed. Later werd Blaak de naam van de 2e aangelegde haven van Rotterdam en is nu een belangrijke straatnaam.

In Noord-Brabant komt blaak incidenteel voor als waternaam voor zowel bewegend als stilstaand water. Als naam van vennen (Meerbaansblaak, Stoorblaak, Blaakven), als moerasnaam (Blaakt) en in het voormalig krekengebied rondom Moerdijk en Oudenbosch als stromend (Barlake). In heel Brabant komt Blaak regelmatig voor in oude veldnamen, altijd in combinatie met eeusel, beemd of broek; o.a. in Schijndel blaecbeemden (1391), Beek en Donk blakenbroecseeusel (1495), Aarle-Rixtel de bonis de blakenbroec (1381). Zeer waarschijnlijk zijn al deze gronden na vervening in gebruik zijn genomen als weiland.

Philippa (2003-2009) geeft voor de etymologie van bar; naakt, koud, kaal, onvruchtbare streek. Ook in de betekenis van guur, erg en streng. Udolph (2009) noemt de verspreiding van waternamen met ‘bar’ in de betekenis van moeras, over een groot deel van Oost-Europa. Tegenwoordig komt bar nog in uitdrukkingen voor zoals; baar geld, bare onzin, barrevoets, bar en boos. Het element ‘bar’ komt ook frequent voor in plaatsnamen; Barla (Baal bij Zaltbommel, 850), Barloria (Baarle bij Zaltbommel 1291), Baardonk (Mill), Barlo (Baarle-Hertog, 1141), Barlo (verdwenen plaats in provincie Zeeland bij Aardenburg, 1153), Barlo (Tessenderlo nabij Hasselt, 1160), Baars (voormalig moer bij Moergestel), Baarschot (o.a. bij Tilburg, Hilvarenbeek, Esch, Breda, Dorst).

Barlake en omgeving Oudenbosch.
Overgenomen van http://keenesluis.nl (originele bron onbekend)

Plaatsbeschrijvingen:

Blaak (1)

Waterloop en tevens stelsel van waterlopen in het westen van de stad Tilburg, afwaterend op de Oude leij (stroomgebied van de Donge). Ter plaatse van de huidige Blaak een voormalig ven land en hofstadt aent ven bij Corvel (1419). In 1533 liepen vanaf de Berckdijk enkele waterlopen de Blaak in, die dan nog  Leijen worden genoemd. De Blaak is dan nog een moerassig gebied. In de ‘Staat der Schouwbare waterleidingen in de gemeente Tilburg (1873) wordt gespreoken over een waterloop heffende aan de Wetering aan de Schaapsdijk, loopt langs de Blaak en ontlast zich in de (Oude) Leij. In het register van waterlopen in de gemeente Tilburg (1877/1879) ontstaat voor het eerst de naam Blaak, die dan is overgegaan op de waterloop zelf. Een deel van de waterloop bestaat nog steeds (Trommelen, 1994).

Blaak, Barlaecke (2)

Oude naam voor een voormalige kreek die destijds de rivier Mark verbond met de Dintel en de Mooie Keene; lacum qui dicitur Berlake (1278), iuxta Barlake (1291), Baerlake (1291), Barlake (1298), Barlake (1639), Barlaque (1867).  Nu tevens een buurtschap in de gemeente Moerdijk, in het zuiden van de gemeente Moerdijk, tussen Fijnaart en Standdaarbuiten en gelegen aan de noordzijde van de voormalige Barlaecke.. Eind 17e eeuw bestond hier een klein fort met dezelfde naam.

Blaak, Meerbaansblaak (3)

De Meerbaansblaak is een bestaand ven in de gemeente Meijel (L) net over de provinciegrens met nabij Asten, in het stroomgebied van de rivier Aa.

Blaak, Blaakt (4)

Een voormalige waterloop nabij Vreekwijk (Deurne) die in westelijke richting naar de Vreekwijkse loop liep, in het stroomgebied van de rivier Aa. De Blaakt (Blaeckt, 1343) lag aan de noordrand van het voormalige Vonderven. Tevens een groeswaard, een gebied met natte en woeste gronden gelegen tussen Berkt en de Blaakt (1718) van waaruit de latere waterloop met dezelfde naam ontspringt.

Blaakt (Deurne). Bron Tranchot kaart Deurne (1803 – 1820)

Blaak, Stoor Blaak (5)

De Stoor Blaak is een voormalig ven, ten westen van het gehucht Hasselt, nu stadsdeel van de stad Tilburg, in het stroomgebied van de Donge.

Blaak, Blaakven (6)

Het Blaakven is een klein ven in de Weerterbossen (L) op de grens met Budel.

Historische veldnamen met Blaak

die blaecbeemden (Schijndel, 1391),  in die blaect (Deurne, 1380), van der blaect ende roubrake (Aarle-Rixtel, 1381), die blakenbeempt (Son en Breugel, 1431), de bonis de blakenbroec (Aarle-Rixtel, 1381), aen blakenbroecseeusel (Beek en Donk , 1495), de Blaken (Vessem).

Geraadpleegde bronnen:

  1. Vriens, 1997. De archieven van het waterschap De laakse Vaart en zijn voorgangers. (1550-1985).
  2. Geus, E.C.B. van Rappard, 1843. Statistiek tableau der polders in Noord-Braband.
  3. Udolph, 2009. Die Heimat slavischer Stamme aus namenkundiger Sicht, in Sprache und Leben der frühmittelalterlichen Slaven. Schriften über Sprachen und Texte (10).
  4. (Trommelen, 1994).
  5. Buiks, 1997. Laatmiddeleeuws landschap en veldnamen in de Baronie van Breda. Van Gorcum, Assen.
  6. Van Berkel, 2017. Noord-Brabantse plaatsnamen verklaard. Reeks Nederlandse plaatsnamen, deel 10. Amstelveen.
  7. H.A.J. Herben en L. van der Mierde, 1995. Het dorp en de heerlijkheid Niervaart in de late middeleeuwen, in Jaarboek De Oranjeboom 48.
  8. Van Gorp, 1936. Riviernamen in de Kempen, bijlage 10. Mededeelingen, jaargang 12. Uitgegeven door de Vlaamse Toponymie Vereeniging te Leuven.
  9. Bont de, A. P. Dialect van Kempenland. Assen, 1969.
  10. Schönfeld, M. Nederlandse waternamen. Amsterdam: N.V. Noord-Hollandsche Uitgeversmaatschappij, 1955.
  11. R.O. Trommelen en M.P.E. Trommelen, 1994. Tilburgse toponiemen in de 16e eeuw. Een tentatieve reconstructie en naamverklaring. Stichting tot behoud van Tilburgs cultuurgoed. Tilburg.
  12. A.H.W. Leenders, 2000. De verscheidenheid van het landschap van westelijk Noord-Brabant. Jaarboek De Ghulden Roos (60).
  13. A.H.W. Leenders, 1999. Cultuurhistorisch overzicht van het landinrichtingsgebied Ulvenhout – Galder.
  14. Kempeneers, 1982. Hydronymie van het Dijle- en Netebekken. Leuven.
  15. Kempeneers, K. Leenders, V. Mennen, B. Vannieuwenhuyze, 2016. De Vlaamse waternamen, verklarend en geïllustreerd woordenboek. Deel 1. Uitgeverij Peeters, Leuven.
  16. C. Kort, 1979. Repertorium op de lenen van de hofstede Strijen (1290-1650). In Ons Voorgeslacht (jaargang 34) een uitgave van de Zuid-Hollandse Vereniging voor Genealogie.
  17. A.F. van Veen en N. van der Sijs, 1997. Van Dale Etymologisch woordenboek.
  18. De Vries, 1971. Nederlands Etymologisch Woordenboek.
  19. Mansion, 1924. Oud-Gentsche naamkunde. Bijdrage tot de kennis van het Oud-Nederlandsch.‘s-Gravenhage.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *