Dieze

      Geen reacties op Dieze

De rivier Dieze ontstaat uit de samenvloeiing van de rivieren Aa en Dommel aan de noordzijde van de stad ’s-Hertogenbosch, waarna deze over een korte afstand als een bevaarbare rivier via Orthen en Engelen naar de Maas stroomt. De Dieze is de grootste zijrivier van de Maas op Brabants grondgebied.

Tot ver in de middeleeuwen is de naam Dieze ook gebruikt voor de hoger gelegen gedeeltes van de rivier die we nu aanduiden met: Essche Stroom, Achterste Stroom en Reusel. De plaats Diessen ten zuiden van Tilburg heeft zijn naam ontleend aan de rivier. De naam Dieze is van Keltische oorsprong en in de loop van de Middeleeuwen langzaam stroomafwaarts verschoven in de richting van de stad ’s-Hertogenbosch. Het stelsel van grachten en waterlopen wordt in de stad wordt nu nog Binnendieze genoemd. De waterlopen zelf worden overwegend met stroom aangeduid. Binnen de stadsmuren vormt de Groote Stroom de voortzetting van de Dommel. Buiten de stad in de richting van de Maas noemde men deze hoofdstroom van Dommel en Aa ook wel Maalstroom of Zwarte Water.

In de rivierdelta waar nu de stad ligt lagen vroeger nog diverse andere nevenstromen van de Dieze, waaronder de Vughterstroom (Uilenburgstroom), Oude Aa en Pomphoekse Wetering. In de 15e eeuw werd tussen Engelen en Den Bosch op het tracé van de Vughterstroom een Nieuwe Dieze gegraven ten behoeve van de scheepvaart. Met de uitbreiding van de verdedigingswerken van de stad werd in het midden van de 16e eeuw de natuurlijke verbinding tussen de Oude Dieze en de binnenstad definitief afgesloten. Op de historische atlas van 1843 zijn de resten van de Oude Dieze nog waarneembaar. Hier ligt nu de Ertveldplas (ouder Erdveld).

Dieze

Hercules Deusoniensis

Er zijn aanwijzingen dat in de 2e eeuw na Chr. in de omgeving van het huidige dorp Diessen, een Germaanse legerleider met de naam Posthumus heeft gewoond. Hij was in de rangen van het muitende Romeinse leger opgeklommen en gedroeg zich als een lokale keizer. In de nadagen van het Romeinse rijk vocht zijn leger tegen invallende Frankische stammen. Posthumus herstelde tijdelijk het centrale gezag en legde de basis van het latere Gallische Rijk. Hij was geen keizer in de Romeinse traditie, maar een soldatenkeizer met Germaans bloed, mogelijk afkomstig uit ‘Deuso’ of ‘Deusone’. Van hem zijn negentien verschillende munten gevonden uit de periode 258-267 na Chr. met zijn beeltenis en een tekst over de godheid `Hercules Deusoniensis’. Op een aantal munten is een tempel afgebeeld die ergens nabij de Dieze moet hebben gestaan. De plek Diessen wordt later in de Romeinse geschiedenis nog eens genoemd (a. 373), wanneer er in Deuso een nederlaag wordt geleden door een leger van Saksen in het woongebied van de Franken.

Afbeelding: (L) Keizer Posthumus, (R) Hercules Deusoniensis. 258-267 na Chr.

De naam Deusoniensis vormt de oudst vermelde naam van de Dieze. In het Keltisch kan de naam met ‘heilige rivier’ worden verklaard verwant met het Latijnse ‘deus’ in de betekenissen: god, geest, demon of spook. Overigens betekent ‘heilig’ in de christelijke betekenis ‘heelmakend’ een belangrijke reden waarom het rivierwater door onze voorouders als geneeskrachtig werd beschouwd. Volgens De Bont (1969) is ook de naam van het dorp Duizel (Duzele, 1219) hoger gelegen aan de zelfde rivier mogelijk van dezelfde Keltische oorsprong zijn als Diessen.

Duitse wetenschappers beweren dat Posthumus, die later grotendeels in Keulen woonde, in Diessen tot anti-keizer werd uitgeroepen. Dat betekende een definitief einde van de Romeinse overheersing. Mogelijk is Posthumus zich als persoon verwant gaan voelen met de God ‘Hercules van de Dieze’. Deze is in basis dezelfde als Donar of Thor uit de Noorse mythologie en de Bataafse oppergod Hercules Magusanus (die we kennen van ‘de Tempel van Empel’). Deze tempel stond in de nabijheid van de monding van de Dieze in de Maas.

Keur van Oisterwijk

In een schenkingsakte van Willibrordus wordt in het jaar 726 gesproken over villa que vocatur Diosna super fluvio Digena. Vermoedelijk door een kopieerfout vermeldt de overgeleverde tekst `Digena’ in plaats van `Disena’. Een villa duidde op een economische en bestuurlijke eenheid. Bijna  600 jaar later (a. 1355) wordt in een akte tussen Philip de Goede en de stad Oisterwijk het onderhoud van de rivier Dieze tussen Oisterwijk en Den Bosch opgelegd aan de burgers, als tegenprestatie voor het houden van hun week- en jaarmarkten. De akte bevestigt een oudere acte uit 1230 van Hendrik de eerste. In de 16e eeuw worden oude verordeningen rondom de vaardiepte van de Dieze opnieuw geregeld in de ‘Keur van Oisterwijk’. In de verordening staat ‘dat zij den stroem vander rivieren geheiten die Diese tusschen den Bossche ende Oesterwijck doen ruijmen ende openhouden’.

Dat scheepvaart altijd erg belangrijk is geweest blijkt diverse aantekeningen. In een rekening van het Groot Ziekengasthuis (1448) wordt vermeld dat deze  6 pleiten met hout laat vervoeren over de Dieze van Moergestel via Oisterwijk naar Den Bosch. Goossen Eymberts van der Borch (1628) krijgt verlof om over de Dieze (de huidige Achterste Stroom) een brug aan te leggen. Hij mag geen gebonden palen in de stroom zetten en hij moet de brug zo hoog maken zodat de pleytvaart niet gehinderd wordt.

Diverse namen voor dezelfde rivier

Waarschijnlijk zijn voor de hogere delen van de rivier ook in de Middeleeuwen al diverse andere namen in omloop geweest, die in de beleving van de officiële geschiedschrijvers minder belangrijk waren zoals: Reusel, Achterste Stroom, Essche Stroom en Halsch Water zijn relatief jong (19e eeuw).  Daarvoor heette de river deels Hool Aa of Hoel Aa, Hole Stroom, Leij(d)e, Dommel, Run, Runne, Nemer, Emer en Amer. Deze waternamen zijn soms bewaard gebleven in de namen van landgoederen en kastelen aan de oevers van de rivier: Nemelaer (ouder Amerlaar), Emerhorst (Esch) en de toponiemen Amersvoert (Moergestel), Diesenvoirt (Vught), Runsvoort (Esch) en Diessche Vonder (Oisterwijk). Voorden geven de oude doorwaadbare plaatsen in de rivier aan, vonders vormden de eerste bruggen.

Dat de verschuiving in naamgeving tussen Dommel en Dieze al midden 15e eeuw gestalte kreeg blijkt uit de volgende attesten. In 1649 vermeldt de geschiedschrijver Jacob van Oudenhoven het volgende:  ‘de Dommel komt in de Stadt met haren loop door de drie Hekelen (1449)’.

De Dommel heeft ook ten zuiden van de stad meerdere beddingen gevolgd. De huidige Pettelaarse Vaartgraaf vormt vrijwel zeker de oudste bedding van De Dommel. Algemeen wordt er vanuit gegaan dat deze bedding al ruim voor de stichting van de stad en mogelijk zelfs al in de Romeinse tijd werd verlaten. Een andere mogelijk is dat al zeer vroeg in de Middeleeuwen (vóór de 10e eeuw) door de heren van Herlaer, ten behoeve van de aanleg van de watermolens bij Halder, een verbinding is aangebracht tussen de Dommel en de Dieze (de huidige Essche Stroom).

De Binnendieze

Het stelsel van natuurlijke en gegraven waterlopen binnen de stadsmuren wordt de Binnendieze genoemd. Andere historische schrijfwijzen zijn: Diest, Diese, Dies, Dijse, Deyse en Stadtsdiezen. De waterlopen zelf worden aangeduid met: Verwerstroom, Kerkstroom, Parkstroom, Grootestroom en Vughterstroom. Ze worden gevoed vanuit vier afsluitbare waterpoorten in de vestingmuur (z.g. hekels) drie vanuit de Dommel en één vanuit de Aa.

De hoofdstroom in de stad is de Grootestroom die via de Grote Hekel vanuit de Dommel wordt gevoed. De Vughterstroom werd via de Verwerstroom/Kleine Vughterstroom gevoed uit de Groote Stroom én uit via twee kleinere hekels: de Corneliushekel naar de gedempte Parkstroom en de Kruisbroedershekel naar de nog bestaande Kerkstroom. De overige takken van de Binnendieze  zijn waarschijnlijk al begin 13e eeuw gegraven. Steketee (1996) noemt in de 14e eeuw ook de aanwezigheid van enkele watermolens op in de Vughterstroom, die gebruik maakten van het hoogteverschil tussen de stad en de destijds nog open verbinding met de Maas.

In  1449 werd een Nieuwe Dieze gegraven met een aansluiting op de huidige Brede Haven. Op dit tracé bestond voorheen al een smalle natuurlijke verbinding tussen de Vughterstroom en de Maas. Via deze smalle verbinding verliep tot midden 15e eeuw al het scheepverkeer tussen de Maas en de haven van de stad. Het scheepvaartverkeer met de Meierij (via Dommel en Aa) verliep via de Zwarte Water en de Grootestroom door de stad:

‘inden jare 1449 den 26 Mey begonnen sy de nieuwe haven te graven ende groeven mede de Dijse met een rechte Vaert vande Stadt af tot de Mase toe … daer de twee waterstroomkens de Dommel ende Aa ten deelen voor by Orten liepen … ende ten deelen met eenen langhen krommen loop door de Stadt’ (1449’.

 Twee jaar later in 1451 werd aan de zuidzijde van de stad (in het Bossche- en Vughter Broek) de bedding van de Vughterstroom uitgediept en verbreed waardoor de Dommel langs via een nieuwe bedding aan de westkant van de stad beter kon gaan afvoeren:  ‘dat men sal graven ene gemeynen waterganck, daer men alle die beemden onder den Broeck bij water laten sall’

Afbeelding: Overzichtskaart van alle gegraven en natuurlijke waterlopen in de binnenstad van de stad ’s-Hertogenbosch. Bron: Steketee & Hoogma (1994).

De sluizencomplexen in de Binnendieze,

In de 13e eeuw was er al sprake van een tweetal sluizencomplexen in het noordelijke deel van de stad. Voor de waterbeheersing én de scheepvaart werd al zeer vroeg na de stichting van de stad een verbinding gegraven tussen de Groote Stroom en de Smalle Haven aan de Vughterstroom.  In de Groote Stroom zelf lag een waarschijnlijke nog oudere schutsluis ter plaatse van de latere Orthensepoort. Iets meer naar de stad toe ligt nu in de Grootestroom de Geertruisluis. In de 14e eeuw was er ook sprake van een sluizencomplex in (het gegraven deel) van de Verwerstroom. Hierdoor ontstond een tweede en kortere scheepvaartverbinding  tussen de binnenstad en de Dommel richting Meierij. Een laatste sluizencomplex werd eind 15e eeuw gebouwd in de Aa (net buiten de stadsmuur) om de rivier bevaarbaar te maken voor het transport van turf uit de Peel.

Bovenstaande informatie is een samenvatting van de uitvoerige beschrijving van de waterhuishouding van de stad ’s-Hertogenbosch door A. Steketee en D. Hoogma (1996). Voor uitgebreide informatie wordt hiernaar verwezen.

Historische veldnamen met Dieze

  •  die Diesvoert opten stroem geheyten die dyese Oisterwijk (1421)
  • een die Dies ter steden geheiten die Dies Oisterwijk (1466)
  • een beempt geheiten die dyese er steden geheiten in die dyese, strekkende totten stroem geheiten die dyese Oisterwijk (15e eeuw)
  • een beempt in de stede gheheiten die dyese aan die hoelaa Oisterwijk/Moergestel (15e eeuw)
  • ter steden gheheiten in die dyese Oisterwijk/Moergestel (15e eeuw)
  • die ghemein Aa gheheiten in die dyese Oisterwijk/Moergestel 15e eeuw)
  • acker die Diesvoort aan de Haldersedijk onder Vught (17e eeuw)
  • de Diestroom achter de Emelair bij Haaren/Esch (1633)
  • de Diestroom achter de Belversche brugge Haaren/Esch (1634)

Geraadpleegde bronnen

  • Jacobs en drs. W.C.M van Oosterhout: Van Deusone naar Diessen. Diessen (1996).
  • P. de Bont: Het toponiem Vessem met dat van Duizel en van Diessen. Naamkunde (1969).
  • Steketee en D. Hoogma: ’s-Hertogenbosch Waterstad, een historische waterstaatkundige verkenning, ’s-Hertogenbosch (1996)
  • Schönfeld: Nederlandse waternamen. Amsterdam: N.V. Noord-Hollandsche Uitgeversmaatschappij (1955).
  • W. Smulders: Artikelen in de (Nieuwe) Tilburgse Courant, Regionaal Archief Tilburg (1950-1956).
  • F. F. W. Smulders: De stroom genaamd De Dieze, Brabants jaarboek. Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. Den Bosch (1949-50).
  • F. W. Smulders: Toponymie van Haaren en Belveren, in Nomina Geografhica Neerlandica (1954).
  • Hupkens en G. ter Steege: Waar komt de naam Dieze vandaan.www.bossche-encyclopedie.nl/overig/waterstaatkundige%20werken/dieze.htm
  • Website Waterschap De Dommel. Dommel.nl
  • Bossche encyclopedie. bossche-encyclopedie.nl/straten/brede%20haven.htm
  • BHIC http://www.bhic.nl/onderzoeken/kaarten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *