Zonderwijkse Dommel

      Geen reacties op Zonderwijkse Dommel

De Zonderwijkse Dommel, ook wel Zonderwijkse Aa genoemd is de historische naam van één van de bovenlopen van de Rundgraaf in Oerle (Veldhoven). Het riviertje zelf is grotendeels opgegaan in stedelijk gebied. Nabij het gehucht Cobbeek waarin waarschijnlijk de oudste naam van dit kleine riviertje verborgen zit. Gedurende een korte periode bevond zich in Cobbeek een watermolen. De Zonderwijkse Dommel was voorheen een zijbeek van de Gender, onderdeel van het stroomgebied van de rivier de Dommel. Zowel de Gender als Rundgraaf ontlasten hun water nu rechtstreeks in het Beatrixkanaal.  De toepassing van de naam Dommel getuigt van een verschijnsel waarbij een eigennaam tot een familienaam uitgroeit.

Watermolen van Oerle

De watermolen in Oerle ’ter molen van Oirle’ is vermoedelijk al voor de 13e eeuw ontstaan en in 1360 (of kort daarvoor) vervangen door een windmolen. Omstreeks 1290 verwierf de abdij van Postel ook de aan Oerle grenzende parochie Zonderwijk, liggende op de grens van de twee Postelse parochies. De molen werd verplaatst van het centrum van Oerle naar het gehucht Cobbeek, een locatie met constantere  watertoevoer. Dit stroompje ontsprong in de ’Klotkuil’ ten noorden van Zittard. In de 19e eeuw werd het riviertje de Zonderwijkse Aa of Zonderwijkse Dommel genoemd.

Waarschijnlijk ging het om de plek waar de grensomschrijving uit 1326 van de gemeynt de ’Grote Aard van Oerle’ begon en eindigde en waar in 1832 de latere gemeenten Oerle, Zeelst en Veldhoven-Meerveldhoven elkaar raakten.

In 1332 verleende hertog Jan III aan Postel het recht van molenban voor al haar molens (zes stuks, waaronder ook de Oerlese watermolen. Op grond van dit hertogelijk privilege waren de ingezetenen van Oerle, Wintelre, Zonderwijk en Knegsel – allemaal plaatsen, toebehorend aan de hertog – voortaan verplicht hun graan te laten malen op de ’Postelse’ molen te Oerle. Molens, waarop dit recht van toepassing was, werden ook wel ban- of dwangmolens genoemd. De watermolen heeft maar kort bestaan omdat de wateraanvoer ter plaatse onvoldoende was voor de exploitatie van een dwangmolen.

Geraadpleegde bronnen:

  • P. de Bont: Noord-Brabantse etymologieën (1969-1972)
  • F.C.M Bijnen: De standerdmolen van Oerle, archeologische verkenningen en historische bijzonderheden (1993).
  • Schönfeld: Nederlandse waternamen (1955)
  • molendatabase.org/molendb.php?step=details&nummer=7271

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *