Dungense Vaartgraaf

      Geen reacties op Dungense Vaartgraaf

De Dungense Vaartgraaf is een in de 14e eeuw bevaarbaar is gemaakte waterloop, van het dorp Den Dungen naar de Kleine Hekel in de stadsgracht van Den Bosch. De vaart volgde een verlaten rivierbedding in het Bossche Broek (Bellebroek) vanaf de Poeldonksedijk in Den Dungen, via (voormalig) klooster Eikendonk naar de stadsgracht. Vanaf  de Kleine Hekel konden schepen over Binnendieze direct naar de Markt varen. Op de kaart van Camps uit 1785 wordt de vaart ook wel Kloostervaart genoemd.

Langs de vaartgraaf liep ‘de Bossche pad’ dat gezien de lage ligging van het gebied een groot deel van het jaar onbruikbaar was. In een schepenbrief van 1627 wordt dit pad een ‘gemeyne passagie’ genoemd, een weg die vanaf de Kleine Hekel via Eikendonk en Den Dungen naar Helmond en Eindhoven leidde. Het veer mocht alleen varen als het pad tussen de stad en Den Dungen ontoegankelijk was.

In 1718 verklaren schippers die de verbinding tussen Sint-Michielsgestel en Den Dungen via de Pettelaarse- en Dungense Vaartgraaf met ‘s-Hertogenbosch verzorgen, dat de verbinding tussen de dorpen en de stad is verbroken door hoog water, storm en ijsgang waardoor er een tekort aan bier en andere goederen ontstaat.

In Den Dungen waren verschillende schippers woonachtig die vooral landbouwproducten via de vaartgraaf naar de stad brachten. Vanuit de stad werd handelswaar en vooral stadsbeer vervoerd. Goederen die niet met kleine schuiten over de Vaartgraaf van en naar de stad konden worden vervoerd, moesten via een omweg per kar over Berlicum en Hintham naar de stad. In 1825 onderbreken de graafwerkzaamheden aan de Zuid-Willemsvaart de Dungense Vaartgraaf en komt er een einde aan de eeuwenoude vaarroute. De nieuwe kanaaldijk wordt dan de eerste goede wegverbinding met ’s-Hertogenbosch in de richting van Den Dungen.

Afbeelding: De Dungense vaartgraaf in 1967, vlak voordat het landschap tijdens de ruilverkaveling werd geëgaliseerd. De foto werd genomen tussen de Eikendonk en Den Dungen. In de horizon de kerk van het dorp Den Dungen.

Het veer

Er is een ordonnantie bekend uit 1764 (oudste vermelding 1694) waarin een regeling staat over een veerdienst tussen Den Bosch en Den Dungen. Het veer werd onderhouden door een gilde van schippers. Jaarlijks kozen de Bossche schepenen uit een nominatie door de Regeerders van Den Dungen drie dekens voor dit gilde, twee uit Den Dungen, één uit Den Bosch. De schippers moesten aan een aantal eisen voldoen: ze moesten Bosch poorter te zijn (Den Dungen behoorde tot de vrijdom van ’s-Hertogenbosch, Dungenaren waren dan ook poorters van de stad), minstens achttien jaar oud, in het bezit van een eigen boot die door de dekens van het gilde goedgekeurd, eigenhandig samen met een knecht die boot bedienen, én officieel benoemd zijn door het stadsbestuur.

Elke ochtend verzamelden de Bossche schippers van het gilde zich bij de Kleine Hekel en de Dungense schippers aan de Dungense kant, en werd de volgorde van afvaart vastgesteld. Dan werden ook twee beurders gekozen, die het veergeld die dag moesten innen en aan het eind van de dag onder de schippers verdelen. De tarieven van het veer waren afhankelijk van de afgelegde afstand en van het weer. Als tot aan de Poeldonkse Dijk werd gevaren, moesten passagiers de helft meer betalen, dan wanneer men al bij het Klooster kon uitstappen. Bij stormweer en ijsgang moest dubbel veergeld worden betaald.

Wachtende schippers bij de Kleine Hekel (1683). Bron: Antoon Schuttelaars, BHIC (2011).

Geraadpleegde bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *