Houw

      Geen reacties op Houw

Houw (naast Heeuw) komt in Noord- en Oost-Nederland voor in de betekenis van dijk of dam. Tussen Almelo en Deventer werden vanaf 1402 beken gegraven voor de scheepvaart, die vanuit de Regge werden gevoed met water. Hiertoe werd een houw (dam), ook wel heeuw genoemd in de rivier gelegd waardoor een waterreservoir werd gevormd. De Regge zelf werd ook regelmatig als Houwbeek aangeduid. Zie ook het artikel met de waternaam Houwer.

In Friesland en Groningen komen ook diverse houw-toponiemen voor; Houweel, ouder Houwijl (Eenrum), Grote- en Kleine Houw, Longerhou(w) (Súdwest-Fryslân) die meestal worden verklaard uit het Oudfries howa ‘hoeve’. Westerhoff (1843) noemt hou niet Oud-Fries maar Saksisch in de betekenis van ‘dijk, heuvel, berg’ en jonger in de betekenis van vasthouden, tegenhouden. Ook in Vlaanderen zijn diverse houwbeken die echter allen worden verklaard als ‘liggend aan een hakhoutbos dat regelmatig gehouwen wordt’. Houw(e) is ook een oude schrijfwijze voor ‘hooiland’ en/of ‘gemene grond’.

\Voor de Brabantse situatie zijn twee waarnemingen waarbij alle genoemde betekenissen van toepassing kunnen zijn. Beide lagen in een gebied met watermolens waardoor dijken en waterberging ook mogelijk zijn. Ook is er sprake van zeer oude hooilandontginning.

(1) Het gebied aan de molendijk naar de Casterense of Wolfswinkelse watermolen (Bladel) aan de Grote Beerze ook wel Houw genoemd. Het betreft de oude vloed van de molen.

(2) De Houwsche Straat in het Bossche Broek bij Sint-Michielsgestel is het overblijfsel van een oude dijk naar het laaggelegen gebied ‘de Houw’ bekend als de Houwse Tiend. Het is oude mogelijk 12e eeuwse weilandontginning in het Dooibroek.

Tiendkaart SintMichielsgestel, sectie A en B: de Hooge Mudakkers Tiende en de Houwsche Tiende, 1872-1895. Links kasteel Oud Herlaar aan de Dommel, boven de oude Geuzendijk naar Pettelaar.

De Houwsche Straat is een overblijfsel van de gebiedsnaam ‘de Houw‘ vooral bekend als een gebeide met Oude tienden ‘De Houwse Tienden‘ in het laagste deel van het Dooibroek.

De Wolfswinkelse- of Casterense molen was een zogenaamde watervluchtmolen (water en windgedreven) gelegen aan het riviertje de Grote Beerze. Foto uit 1937. De molen had een grote vloed (De Houw) gelegen tussen de molendijk vanuit Bladel en de dijk tussen Casteren en Hapert. 

Geraadpleegde bronnen:

  • Dr. R. Westerhoff,  de kwelderkwestie nader toegelicht(1843).
  • Kadaster, Tiendkaart SintMichielsgestel, sectie A en B: de Hooge Mudakkers Tiende en de Houwsche Tiende 1872-1895.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *