Houwer

      Geen reacties op Houwer

Het woord houwer is bekend uit de kuststreek van Vlaanderen tot Friesland. In (West)Brabant werd het gebruikt voor een waterreservoir, spuikom of vankput, met verschillende functies; het laten draaien van een (getijden)molen, het bevaarbaar maken van turfvaarten, het spoelen (of schuren) van een zeehaven. In Friesland mogelijk in de plaatsnaam Houwerzijl als spuikom voor een uitwateringsluis (zijl).

Houwers bij een getijdenmolen

Getijdenmolens kwamen op meerdere plaatsen in Nederland en daarbuiten voor; Gouda, Arnemuiden, Culemborg, Vreeswijk, Delfshaven, Schiedam, Brielle, Geervliet, Zierikzee, Tholen, Bergen op Zoom, Breda, Reimerswaal, Goes, Biezelinge, Veere, Middelburg, Vlissingen, Biervliet en Sas van Gent. Bij een getijdenmolen wordt het water bij vloed in een reservoir (houwer) ingelaten en bij het keren van het tij achter een sluisdeur geschut. Bij eb wordt het benut voor een laten draaien van een molenrad. De getijdenmolens waren bijna zonder uitzondering korenmolens. Ze konden twee keer per dag telkens 2,5 uur draaien. Het werken in een getijdenmolen was zwaar omdat de werktijden per dag ca. 25 min. verschuiven met het verloop van het getij.

De houwers lagen vaak naast of binnen de stadswallen. Zo had Goes een houwer binnen de stadswallen met een wateroppervlak van bijna 4 ha. In Vlissingen en Bergen op Zoom zijn de houwers bewaard gebleven. Naast waterkracht hadden de houwers ook (of zelfs in eerste instantie) een functie als spuibassin om een haven te spoelen. Dit spoelen en reinigen van de haven was van levensbelang omdat het dichtslibben voorkwam. Men heeft dus de ten behoeve van de haven aangelegde kostbare houwer mede productief gemaakt voor een watermolen. Lang niet alle houwers hadden dan ook een molen. De getijdenmolen van Zierikzee dateert al van voor 1220, de molen in Goes van voor 1399, die van Bergen op Zoom is aangelegd in 1499.

De watermolen van bergen op Zoom gezien vanuit het westen. Houtgravure door J.C. Greive, 1861

Houwers voor turfvaarten en scheepvaart

Nabij Wouw twee vennen; Grooten Houwer (16e eeuw) en Clijnen Houwer (1651). Volgens Van Loon (1965) hebben deze houwers gediend als reservoir om turfvaarten van voldoende vaarwater te voorzien “om daermede te vletten hunne torffschuyete (1632)”  De schepen voeren meestal in groepen op een golf water die vanuit de houwer door de turfvaart werd geleid. men noemde dit ook het ‘nastromen’. Ook het ven met de naam Zeezuiper fungeerde als houwer een belangrijke rol bij de waterhuishouding van de Zoom (Moervaart) en de watervoorziening van de watermolens en de haven van Bergen op Zoom.

In Oost-Nederland werden tussen Almelo en Deventer vanaf 1402 beken gegraven die vanuit de Regge werden gevoed met water. Hiertoe werd een houw (dam), ook wel heeuw genoemd, in de rivier gelegd waardoor een waterreservoir werd gevormd. De Regge werd ook als Houwbeek aangeduid.

Geraadpleegde bronnen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *