Kalie

      Geen reacties op Kalie

Naast Kalie ook in de varianten; Kale, Kael, Kalene, Kaelne, Kaendel, Cael, Caele, Calie, Cale, Caelde (in het Frans Calonne, Calene, Caendele).

Vanaf eind 14e eeuw werden diverse beken in West-Vlaanderen, waaronder de rivier Durme tussen Brugge en Antwerpen met Kale (Kalene) aangeduid zoals in Aalter Calene (1513). Kale(ne) Kale werd er gangbaar als soortnaam. In 15e -eeuwse bronnen heet de gegraven stadsgracht in Deinze Kale(ne) of den Caendel. De naam werd gekoppeld aan vele ander kunstmatige of vergraven natuurlijke waterlopen. In voormalig Vlaamstalig gebied (Noord-Frankrijk) de rivier Kale (1419, de Kaelne of Calonne) een bijrivier van de Leie bij Merville. Ook in Oost-Vlaanderen is Calene als waternaam aangetroffen.

Tot de 19e eeuw waren er ook in de Antwerpse Kempen vele cale’s te vinden, omdat men van overheidswege besliste om op de leggerkaarten van onbevaarbare waterwegen in de Aa- en Netevallei gemakshalve alle zijriviertjes van de Aa en de Nete maar Cale of Calie te noemen. In Noord-Brabant is de naam éénmalig aangetroffen als Kale-beek (1483) nu Kellebeek bij Roosendaal. Daarnaast zijn in het stroomgebied van de Mark (op Belgisch grondgebied) in de 19e eeuw diverse zijbeken bekend onder de naam kael/kalie. Vanuit Baarle-Nassau en Ulicoten zijn dit de Eysselsche Kael en de Heerlesche Kael, die de benedenloop vormen van de beek met de naam Bremer, wat de zelfde beek is op Nederlands grondgebied.

Naar Luyssaert (2002) ligt aan de waternaam Kale(ne) een vorm “ka(a)nle” ten grondslag die zich op diverse manieren als een volkse verbastering heeft ontwikkeld uit het Latijnse canalis, canella. In het Middelnederlands Woordenboek is ‘Kalle’ opgenomen in de betekenis van een overdekte waterleiding, overdekte goot, afvoerbuis voor water. In het Duitstalig gebied betekent ‘kalle’ dakgoot, straatgoot, goot uit hout, blik, ijzer, steen of klei. Uit historische bron “aquaductus quod nos vocamus Kanle” (een goot die wij Kanle noemen) (Keulen, 1185).

Mogelijk is er verwantschap met de veel oudere Germaanse waternaam kil. Is de vorm kil is de verspreiding beperkt tot de kust, waar het meestal een diepe geul tussen zandbanken in buitendijks water aanduidt. Beekman (2006) noemt een vaargeul voor de kust van  Westerschouwen de Keele (1613). In de vormen kiele/kille/kelle/kele komen deze waternamen wel tot ver landinwaarts voor. Kempenaars e.a. (2018) noemt kelle/keel als waternaam voor een geul die het water aanvoert naar een watermolen. Keel wordt ook regelmatig aangetroffen in de betekenis van aanvoersloot (pijp) van een eendenkooi. Van den Bergh (2004) noemt kilspit (kielspit) in de betekenis van een gegraven ondiep geultje om overtollig water van het land te laten lopen of als grensafscheiding (kleine gespitte V-vormige voortjes). In de 19e eeuw algemeen in gebruik bij heideontginning, landaanwas en dijkaanleg.

Zie ook het artikel onder de waternaam Kil.

De Eysselsche Kael en de Heerlesche Kael vormen de benedenloop een beek op Noord-Brabants grondgebied met de naam Bremer. Bron: Waterstaatskaart Breda-3 (1876).

Plaatsbeschrijvingen

(1) Kale beek/ Kellebeek (Roosendaal)

Zo ook Keelbeecx (1483) voor de huidige Kellebeek bij Roosendaal.

Historische veldnamen

Oude bronnen en veldnamen (van voor 1500) met kale in de betekenis van kanaal ontbreken. Dit bevestigt dat er geen historisch basis is voor deze waternaam. Nabij de huidige Kellebeek  de Calen (1670) en de Caele aende Caelebrugh (1719). Mogelijk een voormalig locatie van een watermolen. Anders is dit voor kil en keel dat ook in Noord-Brabant vaker als veldnaam wordt aangetroffen. Zo Kilspit o.a. als toponiem nabij Wouw. Ook in de plaatsnaam Keldonk (Keeldonc, 13e eeuw) aan de rivier Aa.

Zie ook het artikel onder de waternaam Kil.

Geraadpleegde bronnen

  • Jan Luyssaert: De waternamen Leie, Kal(ne), Kalle, Kaandel voor de bovenloop van de Durme in het Meetjesland en het land van Nevele. Tijdschrift van de heemkundige kring Het land van Nevele (2002).
  • Kempenaars, K. Leenders, V. Mennen, B. Vannieuwenhuyze: De Vlaamse waternamen, verklarend woordenboek deel 1 (2016) en deel 2 (2018).
  • van den Bergh: Verdeeld land. De geschiedenis van de ruilverkaveling In Nederland vanuit een lokaal perspectief, 1890-1985 (2004).
  • F. Beekman: De Kop van Schouwen onder het zand : duizend jaar duinvorming en duingebruik op een Zeeuws eiland (2006).
  • M. Schönfeld: Nederlandse waternamen: Amsterdam (1955).
  • B. van Loon: Water en waternamen in Noord-Brabants Zuid-Westhoek (1965).
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Kaliebeek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *