Katsbogte

      Geen reacties op Katsbogte

Het riviertje de Katsbogte vormt al eeuwen de grens tussen de plaatsen Goirle en Tilburg. Nu is het riviertje  grotendeels opgegaan in een stelsel van waterpartijen binnen de stedelijke agglomeratie. De oorsprong lag in het Riels Laag en mondt nu nabij de Alpenlaan in Tilburg uit in de Nieuwe Leij (stroomgebied van de Dommel). Tevens is het  de naam van een; industrieterrein, wijk, straat en plas.

Er lijkt hier geen sprake te zijn van bocht in de betekenis van kromming (van de rivier). De naam is waarschijnlijk afgeleid van de persoonsnaam Jan Michiel Quaps die een ‘bocht’ had aan het riviertje. Met een bocht wordt in de middeleeuwen een afgepaald stuk land of schutskooi aangeduid. De oudste attestatie (16e eeuw) is de naam ‘die Heyningen’. In 1608 wordt ‘Capsbocht’ voor het eerst als perceelnaam genoemd binnen de grenzen van  Goirle, in 1636 als een perceel te Tilburg ‘Capsbocht achter de Laer’.  Op de kaart van D. Zijnen uit 1760 staat de naam voor het eerst bij het riviertje met de naam Cats Bogten, later als Catsbochte en Caatsbochte. In 1870 op de kaart van A. Arts wordt naam voor het eerst als De Katsbogt beschreven.

Bocht (bucht) komt ook voor als waternaam in de betekenis van; kromme riviertak, baai, inham, baai, haven. Hiervan zijn geen voorbeelden bekend in Brabant. In de andere betekenis van een; een omheinde ruimte voor vee (1), een tijdelijk hok voor weggelopen beesten (2), melkplaats van vee in de wei (3), omheind akkerland (4), nieuw ontgonnen akker (5) gaat het het waarschijnlijk om hetzelfde woord, met als basis de gebogen vorm. Afgeleid van het werkwoord buigen. Het woord is zeer oud en komt in bijna alle Europese talen voor. De waternamen ‘heyning’ en ‘bocht’ hebben hier dan dezelfde grondbetekenis van; afgerasterd, afgesloten, omheinen, beschutten. Heyning is afgeleid van werkwoord omhagen, een van hagen (vlechtheggen) voorzien afgesloten veld, waarmee de naamsverandering van Heijningen naar Katsbogte eenvoudig kan worden verklaard. Naar de gebogen vorm van de takken die tot een haag ineen werden gevlochten.

Historische veldnamen met bocht

Het aantal bocht-toponiemen in Brabant is talrijk, slechts enkele voorbeelden;

  • Heilige Geestbocht, Frankenbocht  te Hilvarenbeek (Naaijkens, 1992).
  • Den Bocht te Princenhage (Buiks, 2018).
  • Bocht te Roosendaal ((Schönfeld, 1950)
  • De oude Bocht te Oirschot (Schönfeld, 1950)
  • Oude Bochten te Best (Schönfeld, 1950)

Op 22 april 1641 geven schout en schepenen aan Adriaenus Marynus Dyrven als vorster
opdracht een ‘boecht’ op te richten op de plaetse om te schutten alle beesten en
peerden, onbehoorlyck achter de velden loopende’ . In 1665 bevonden zich in Princenhage vier bochten: één op de ordinaire plaetse’ (= op het dorpsplein, de markt) in het dorp, één op de Beek, bij Cornelis van Galder, één op de Emer bij Jan Jan Adriaen Stevens en één te Boeimeer bij Jaspar Henricx. De officiële ‘bochter’ was voor het hele dorp Geerit Laureyssen van Genck. (Buiks, 2018).

Geraadpleegde bronnen

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *