Rul

      Geen reacties op Rul

Algemene waternaam die voorkomt in grote delen van Noord- en Oost-Europa. In Nederland Rul, Rullen, Rulleke. In Duitsland komen de vormen Rull, Rühle, Ruhla, Ryla voor. In Nederland, Frankrijk en Engeland komen ook afgeleide vormen voor als Ril en Rel. In Belgisch Luxemburg ligt de plaats Rill aan de rivier Rulles, bij Rijssen (Twente) Rille. Hoewel niet algemeen aanvaard kan ook de plaatsnaam Riel zijn ontstaan uit Rul. Denk aan Riel bij Kasterlee (B), Geldrop en Alphen, allen in de nabijheid van een water met de naam Rul.

Waarnemingen met rul bevinden zich vooral in sterk hellend gebied, op de randen van oude venen/gooren of op de overgang van Brabants zand naar klei. Nabij Oosterhout hebben de ‘rullekes’ mogelijk een functie gehad om schoon grondwater aan te voeren naar de stad voor bierproductie. Hierbij is de functie vergelijkbaar met die van sprengenbeken en duinrellen. Bij Oosterhout en Geldrop heeft de naam rul zich gehandhaafd als naam voor een groot stromend water.

Everts (2012) noemt rullen als veenbeken, die ontspringen in de flanken van hoogvenen en daar voor de laterale afstroming zorgen. Al in de 13e eeuw was sprake van nederzettingen rondom veenontginningen, waarbij de waternaam rul overging in die van het aangrenzende gehucht, in hofnamen en persoonsnamen. De opkomst van de rul-namen loopt mogelijk parallel met de vroegste ontginningsgeschiedenis, zoals te zien bij het gehucht Rul bij Vreekwijk (Deurne).

Van Loon (1965) en Buiks (1997) verklaren de etymologie van rul als; ‘de zich snel voortbewegende, de snel vlietende’. Udolph (1996) ziet rul als een afleiding uit de Indo-Germaanse wortel *reu/*ru in de betekenis van ‘uitslijten, graven, woelen’ vergelijkbaar met de etymologie van Run en Roer. Onduidelijker is de relatie met het Middelnederlandse werkwoord ‘rollen of rullen’ dat aan het Latijnse ‘rotulare’ is ontleend (fr. rouler en it. rullare). De Vries (1971) noemt rullen in de betekenis van ‘zich rollend of driftig voortbewegend’. Een samenvattend beeld voor de etymologie is ‘een snel stromend water in diepe geul’.

Plaatsbeschrijvingen

Rul (1)

Oude naam voor de rivier Kleine Dommel, die nabij kasteel Heeze (vml. Eymerick) ontstaat uit de samenvloeiing van de Groote Aa en de Sterksel Aa, in de 19e eeuw ook Botenwater genoemd. De Rul stroomt bij Kasteel Eckart op de grens van Eindhoven en Nuenen in de Dommel. In de 18e eeuw ook Groote en Kleine Rul, voor respectievelijk de Groote Aa en de Sterkselse Aa.

De Rul (Opwetten). Bron: Waterstaatskaart Eindhoven 4 (1877)

Rul (2)

Voormalig riviertje in Oosterhout, met een oorsprong in de Seterse Bergen. Vroeger een belangrijk riviertje, in het stroomgebied van de Donge. In de bedding van de benedenloop ligt nu het Wilhelminakanaal. Het overige deel is grotendeels opgegaan in de bebouwing van Oosterhout. Waarschijnlijk al in de 14e eeuw maakte men een omleiding, zodat het water van de Rul via gegraven rullekes de waterstand in de grachten van Borsselen, Limburg en Brakestein op peil hield. Er is sprake van een soortnaam omdat de naam rullekes ook werd gebruikt voor diverse loopjes die het water van het hoger gelegen dekzand afvoerden naar de lager gelegen polders. Mogelijk werd via de rullekes schoon grondwater onttrokken uit de heide voor de productie van bier. Zie ook onder Rulleke.

De Rul was tot het begin van de 20e eeuw goed bevaarbaar voor handelsvaart tot aan de Heuvel in Oosterhout. Na 1700 had Oosterhout een groot deel van de graan- en biermarkt van Breda overgenomen. Voor schippers die met goederen van verre kwamen, betekende die ontwikkeling dat ze altijd retourvracht hadden. Na 1705 krijgt Oosterhout regelmatig bezoek van Friese schippers uit Woudsend. Ze voeren via de Rul. In een verslag van het Woudsender Schippersgilde uit 1705 staat dat ze voor de vaart ‘op Geertruidenberg en Oosterhout drie stuivers zullen betalen’. Dat geld ging in de kas van de  Onderlinge zeeverzekering. Aan het varen op Oosterhout waren kennelijk risico’s verbonden. De Woudsenders haalden in Oosterhout zogenaamd ‘dick bier’. Dat was duurder, maar ook langer houdbaar dan gewoon bier. In die Friese gildenotulen lezen we dat schippers ‘met de vloedstroom mee langs de Geertruidenberg’ voeren. Stroomopwaarts in de Donge boog een stroomgeul (Rul) van de rivier in de richting van Oosterhout.

Gegraven rullekes onttrekken hun grondwater uit de Oosterhoutse bosschen
Bron: Waterstaatskaart Geertruidenberg 3 (1873)

Rul (3)

Voormalige waterloop en gehucht nabij Vreekwijk (Deurne); Rul (1420), een gegraven afwatering van een moerassig, nauwelijks hellend terrein, afwaterend naar de huidige Vreekwijkse loop, in het stroomgebied van de Aa.

Rul (4)

Voormalig riviertje bij Breda, dat ontspringt in de Zandbergen en nabij de markt in Breda uit mondt in de Mark, 1415 Rulsteeg en Rulstraat, 1250-1650 ‘den chijns bi die Spoordonc ter Rullen toe, aen beyden ziden van der straten ende alomme, neven Bitters hoec ende bij die Biesdonc’. Ook in 1510 ‘neven den scouwaterlaet, geheyten t Rulle’.
Het gedeelte ten oosten van de Ginnekenstraat is waarschijnlijk gedempt in 1682, toen de vestingwerken in Breda werden aangepast en de Lange Stallen gebouwd. Het gedeelte van de Ginnekenstraat tot aan de rivier de Mark, ten zuiden van de Doelsteeg, is gedempt in 1858 en 1867. Langs de Rul liep al een steeg toen het watertje nog bestond. Mogelijk is dit de Rulsteeg die in 1415 wordt genoemd. In de 16e komt een watersloot uit op het Rul, die het water afvoerde van het achterterrein ten oosten van de Ginnekenstraat.

Rul (5)

Gehucht bij Heeze, aan de rivier Kleine Dommel of Rul; aan den Rulle (1635).

Rul (6)

Voormalige waterloop bij Rijen; ende gaen tot der steghen toe opt Rul (1338).

Rul (7)

Voormalige waterloop bij Westrik, Westerwijk (Breda) bovenloop van de Vloetgragt in het stroomgebied van de Mark.

Rul, Rullaer (8)

Gehucht genoemd in 1411 als opt Rullaer in een hertogelijke oorkonde. Later bekend als Het Laar, nu onderdeel van de stad Tilburg. Mogelijk een oude waternaam. Nabij een stelsel van kleine waterlopen, met de latere waternaam Blaak, naar het ontgonnen veengebied de Blaak afwaterend op de Oude Leij (stroomgebied van de Donge). Voor de 34 bunders heide opt Rullaer heeft in het heerlijkheidsarchief van Loon op Zand nog lang een afzonderlijk cijnsregister bestaan. Notaris Van Loon beschreef het in 1610  … een cleyn boecxken in quartefoli inhoudeitde sesse ende een halff bescreven bladeren, beginnende: ‘Census domini de Venloon in die tome anno 1548 opt Relaer’, inhoudende geltchijns ende hoenderchijns onder Gorle’.

Rul, Rulleke (9)

Voormalige waterloop bij Ter Eik (Terryk, Zundert): 1490 aan het Rulleke, op ’t Rullen in het stroomgebied van de Aa of Weerijs.

Rul, Rulleke (10)

Voormalige waterloop bij Haansberg (Etten): 1326 een Rulleken in het stroomgebied van de Laaksche Vaart (Mark).

Rul, Rulleke (11)

Het stelsel van voormalige (natuurlijke) waterlopen nabij buurtschap Leijsen (Oosterhout) werden Rullekes genoemd, waaronder de latere Leijsense Loop en Heikantse Loop. Ook hier op de overgang van zand naar veen. Zoals op meer plaatsen in Brabant is ‘rulleke’ een soortnaam geworden voor ‘een klein meestal gegraven stromend watertje’.

Rul, Rulle (12)

Voormalig waterloop in het stroomgebied van de Mark. In de 13e eeuw vermeld als een voorde over de Rullen in de Teteringsche Dijk te Breda. Zie ook het artikel over de Molenleij een gegraven aftakking van de Rulle.

Rul, Rullen (13)

Gehucht bij Gerwen ((Nuenen). Mogelijk oude waternaam, zonder oude vermeldingen als waternaam. Mogelijk al zeer overgegaan in de naam van het gehucht. Persoonsnaam ‘van den Rullen’ komt al veelvuldig voor vanaf 13e eeuw. Ligging aan de oorsprong van de Breugelsche Beek, in het stroomgebied van de Dommel.

Historische veldnamen met Rul

Uitgaande van het zeer grote aantal historische veldnamen met ‘rul’ vanaf de 13e en 14e eeuw, moet het woord in de Middeleeuwen algemeen gebruikt zijn geweest voor (meestal) gegraven en snel stromende waterloopjes. Zekere in combinatie met beemd en in de nabijheid van waterlopen. Bij veldnamen in combinatie met akker, ing, eng, aerd, enz, kan ook sprake zijn van rul in de betekenis van ‘losse grond’. Waarschijnlijk met een vergelijkbare etymologie van ‘woelen, rollend bewegen (naar De Vries (1971) en Udolph (1996).

‘den Rullen hoff’ verdwenen boerderij (Waalre, 1746), ‘op Rullen’ aan de waterloop (Gemonde, 1491), een stuk land genaamd ‘dat Rullen’ te Belver (Haaren, 1370), ‘oude Rullen’ (Oirschot, 1530), ‘op ’t Ruller’ (Boxtel, 1396), bouwland ‘dat Rullen’ te Onrode (Boxtel, 1425), wei ‘die Rulle’ in Heult aan die Dommel (Boxtel, 1428), ‘et Rul’ akker te Duizel, diverse veldnamen te Schijndel; Rullen (1463), Rulle (1422) Rullekensbeemd (1616), ’t Rulle (1757), ’t groete Rul’ (1471) mogelijk nabij Nispen, perceel land ‘in Rullen’ (Empel, 1708), ‘perceel land de Kleine Rul op de Maasakker (Appeltern, 1858). 8 hont landts op Delwijnen gelegen int Rolleken tussen die Weteringe suytwaert en Wouter Gijsberts erfgenaemen  (Delwijnen, 1658).

Geraadpleegde bronnen:

  1. Paul Kempeneers, Karel Leenders, Vic Mennen, Bram Vannieuwenhuyze, 2016. De Vlaamse waternamen, verklarend en geïllustreerd woordenboek. Deel 1. Uitgeverij Peeters, Leuven.
  2. van Gorp, 1936. Riviernamen in de Kempen, bijlage 10. Mededeelingen, jaargang 12. Uitgegeven door de Vlaamse Toponymie Vereeniging te Leuven.
  3. Henk den Ridder, 2005. De gebroken rivier, het verdwenen riviertje de Rul in BN/DeStem, Oosterhout.
  4. Ir. D. van Diepen, 1971. De ontwikkeling van het oude cultuurlandschap in het zuidoostelijke gedeelte van de Brabantse Peel. In Boor en spade, vol.17 (1971) p.150-176.
  5. Buiks, 1997. Laatmiddeleeuws landschap en veldnamen in de Baronie van Breda. Van Gorcum, Assen.
  6. J.A.M. Gorisse (red.), 2002. De Heilige Driehoek. Kloosterenclave te Oosterhout, Uitgave Significant, Oosterhout.
  7. Udolph, 1996. Ruhr, Rhume, Rumia, Ruthe, Ryta und Verwandtes, in: Hydronimia Słowiańska, Bd. 2, Kraków, S. 93-115. (www.prof-udolph.com).
  8. H, Beijers (red), 2003. Het Schijndelse Landschap, cultuurhistorische notities rond bodemarchief, landschapsontwikkelingen en historische perceelsnamen. Een uitgave van de Heemkundekring m.m.v. de Gemeente Schijndel, Schijndel.
  9. van Wijk, 1936 (1912). Franck’s Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal.
  10. Isaak Tirion, 1751. Tegenwoordige staat de Vereenigde Nederlanden (2e deel), Amsterdam.
  11. B. van Loon, 1965. Water en waternamen in Noord-Brabants Zuidwesthoek, Instituut van Naamkunde. Leuven
  12. Ton Spamer, 2013. Zuidoost-Brabant glossarium, Deurnese historische reeks 10, fonds voor cultuurhistorische publicaties, Deurne.
  13. Everts, F.H., E. Brouwer, A.T.W. Eysink, R. van der Burg & H. van Kleef, 2012. Herstelstrategie Nat zandlandschap.
  14. Maurits Gysseling,1960. Het Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226).
  15. Schönfeld, M. Nederlandse waternamen. Amsterdam: N.V. Noord-Hollandse Uitgeversmaatschappij, 1955.
  16. Bont de, A. P. Dialect van Kempenland. Assen, 1969.

Websites

www.genealogie-van-son.blogspot.nl/search/label/Rulstraat

www.cijnsregisters.jouwweb.nl/shb/shb-htm

www.nl.wikipedia.org/wiki/Rulles

www://gtb.inl.nl/

www:fr.m.wiktionary.org/wiki/rulla#fo

www:erfgoed.breda.nl/erfgoed/archief/stallingstraat-centrum/

www.naamkunde.net

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *