Sterkselsche Aa

      Geen reacties op Sterkselsche Aa

De Sterkselsche Aa is een beek in het stroomgebied van de Kleine Dommel. De Aa ontspringt in de Weerter bossen ten noorden van Weert en Nederweert (Limburg) om nabij het buurtschap Hugten als Sterkselsch Kanaal de provincie Noord-Brabant binnen te komen. De afgekoppelde oude Sterkselsche Aa ontspringt nu in de landbouwgronden van de voormalig Somerense heide nabij De Hutten.

In Limburg wordt de Sterkselsche Aa gevoed uit de Oude Graaf, de Bossche Graaf en oorspronkelijk ook door de Heugterbeek. Deze laatste is nu afgekoppeld en stroomt via de Vloedlossing en de Kievitsloop naar de rivier de Aa (Someren). De Sterkselsche Aa en de Groote Aa vormen nabij het kasteel van Heeze samen de Kleine Dommel.

Voormalige watermolen in de Sterkselsche Aa bij de Hugten

17e eeuwse kaart van Sterksel met linksonder de Sterkselsche Aa. Bij de letter D de resten van de Molenbrug, bij C de oude grenspaal tussen; Weert, Nederweert, Budel en Someren (Meulenstatpaal). Bron BHIC (bewerkt door J. Biemans (1988).

De oudste vermelding is ‘Hogeten ad Rotam’ (1197) vertaald in het Middelnederlands als ‘Hogete ten Rade’. Volgens Biemans (1988) wordt hiermee bedoeld ‘bij het rad van de watermolen van Hugten’. Uit een oorkonde (1223) bekend dat Dirk van Altena bezittingen in het hof Hugten schenkt aan de Munsterabdij te Roermond. Als plaatsbepaling noemt men o.a. … van dair op Eyker broick bis in die Aa, alle die Aa op bis aen die Hoechtenre moelen; vander moelen  op die moelen eyck dat broick lanx … In 1327 wordt de molen of het rad van Hugten nog vermeld. Vanaf 1421 is er niet langer sprake van een molen maar van een molenstat (stade =plaats). Op nog latere kaarten spreekt met over een gewezen watermolen, oude molen of Oud molenbrug.

Kasteel Eymerick (Heeze)

Foto van het oude kasteel Eymerik achter het huidige kasteel (1908). De ligging van het kasteel is strategisch gekozen in de driehoek die gevormd wordt door de Sterkselsche Aa (Kleine Aa) en de Groote Aa welke laatste de kasteelgracht van water voorziet. Bron: RHC-Eindhoven.

Het kasteel van Heeze (met de naam Emmerik) is gebouwd in de oksel van de samenvloeiing van Groote Aa en Sterkselsche Aa. Het betreft mogelijk het grootste kasteelgoed van Brabant in de 14e eeuw. De gehuchtnaam Emmerik komt in de 1364 al voor als ‘Eymerick’ en in 1410 als ‘Eymeric’. Omtrent de verklaring van de naam bestaan verschillende opvattingen die variëren van een de middeleeuwse moeras- of weilandnaam aam/eem tot een persoonsnaam. Ook de kastelen Nemelaer (Haaren bij Oisterwijk) en dat van Emmerich (Embrica, 996)) werden in de Middeleeuwen met dezelfde naam aangeduid.

Voor de etymologie van Eymerick verwijs ik naar Schönfeld (1917). Hij omschrijft uitgebreid de complexe groep van toponiemen die eindigen met het suffix ‘ík’.  Wij noemen hier de drie meest aannemelijke verklaringen;

  • plaatsnamen die oorspronkelijk het bezit of domein van een voornaam persoon aanduidden. Meestal groeide dit uit tot een plaatsnaam. In dit geval zou dit de persoonsnaam Emmerick (Ambeyrac/Ambariago) zijn. Al heel vroeg in de Frankische periode verspreid, in eerste instantie door de Franken verspreid langs de grote rivieren en daar algemeen.
  • een tweede groep bestaat eveneens uit een aanduiding maar dan voor het gebied zelf; bos, wildernis, moeras, tuin, e.d. In dit geval kan Eymerick ‘een plaats met veel moerassen’ aanduiden.
  • een derde verklaring is een afleiding van ‘laak’. De oudste vermelding van het op de Gelderse oever van de Maas gelegen dorp Niftrik (Nifter-lake, a. 1117). Hier duidt laak eveneens op een moerasnaam. Schönfeld schaart in deze groep ook de naam Eymerick. Laak-namen zijn in Noord-Brabant algemeen verspreid als riviernaam, maar duidden oorspronkelijk een waterrijk nat gebied aan.

Geraadpleegde bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *