Stuw

      Geen reacties op Stuw

Het vrij jonge woord stuw (naast ouder stouw) wordt voor het eerst gebruikt in de 19e eeuw “Hier en daar vindt men houten stuwen, welke het water ophouden, tot het drijven van molens” (1851). De betekenis ‘waterkering’ zal zijn ontstaan bij die van het werkwoord stuwen in de betekenis ‘water tegenhouden. Het is nu het meest algemene woord voor waterkering geworden.

Ouder is het Brabantse woord stouwen dat is doorgedrongen in het algemene Nederlandse taalgebruik. Als werkwoord komt het naast stuwen al voor in de 16e eeuw ‘…die schepen, die gelosset sijnt, sullen den geladen schepen wijcken, unde leggen se achter den ander, drie breet, updat dat water nyet gestuwet en word …’ (1501).

Ook als stouwsluis, een afsluitbare keersluis die alleen in bepaalde situaties, meestal bij dreigend hoogwater, gebruikt wordt (niet als scheepvaartsluis). Als bouwwerk is stuw nu algemeen gangbaar voor ‘het op peil houden van een water’ wordt stuw pas in de 19e eeuw algemeen gebruikt en vervangt dan sluis. Uit de woorden stouw en stuw hebben zich geen waternamen ontwikkeld.

Geraadpleegde bronnen:

  • M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam
  • A. Koers, De Regge van bron tot monding (2014).
  • Anne Bakker, Lexicon van het Nederlandse landschap (1993).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *