Weier

      Geen reacties op Weier

Weier komt naast Wouwer voor in de betekenis van vijver. Ook in de schrijfwijze; wijerwêr, wèèr, wier, wijr, wijer, wijher, weijer, weijert, wiare, wijht). Volgens Schönfeld (1955) is weier een rechtstreeks uit het latijn ontleende dubbelvorm van het Nederlandse woord vijver (vivarium). In de betekenis van een bak waarin levende dieren levend gehouden (vivere = leven). In het Middelnederlands; wier, Oudhoogduits; wîwâri, wîâri, Nieuwhoogduits; weiher (Weijnen 1967). Het Oud-Nederlands woordenboek noemt wiare als oudste attestatie“Thine ougon sint samo wiare ze Esebon… Je ogen zijn als de vijvers te Chesbon…” Egmond, Holland, ca. 1100. 

Visvijvers worden zeldzaam ook aangetroffen als piscaria (Liempde, 1406) en pisterne (Escharen, 1608). Pisterne (cisterne) is een zeer oud (romeins) woord voor een wateropvangbekken, oorspronkelijk voor drinkwater of als opvang voor een watermolen. De verbastering van cisterne naar pisterne doet vermoeden dat de functie van visvijver belangrijker werd.

De betekenis van weier als visvijver is vooral verspreid door kloosters. Naast visvijver komt het (als secundaire betekenis) ook voor als naam van een; molenvijver, wiel, ven, drinkplaats voor vee. Aangetroffen in Oost-Nederland, een groot deel van Noord-Brabant en Limburg. Nu nog vooral als toponiem. Niet aangetroffen als soortnaam voor stromende wateren, wel in combinatie met een plaatsaanduiding zoals in Bosscherweijerloop.

Plaatsbeschrijvingen

(1) Bosscherweijerloop (Bergeijk/Luyksgestel)

De Bosscherweijerloop vormt samen met de Fortjeswaterloop, Elsenloop, Zoeferloop en Breerijt, de bovenloop van de Keersop (in het stroomgebied van de rivier Dommel).

Bosscherweijerloop (Waterstaatskaart, 1877)

Historische vermeldingen van Weier en Vivarium

  • Asten; een stuck groeslant, gelegen omtrent den weijer (1734).
  • Beek en donk; een visweijer in de karstraat.
  • Bergeijk; Wyer (1596), Zwartrijtse Wijer, Papenwijer, Pastoorswijer, Kapelaansweijer, Stadswijer, Fleerakkerswijer, Groeswijer, Schepelweier, Brouwersweijer, Bosscherweijer.
  • Bladel; de Weier.
  • Brouwhuis (Helmond); De Weijer. Historisch ook Dapperslaar genoemd (1394).
  • Deurne; Elskensweijer (andere namen zijn Elschotsweijer en de Proosts weijer van Wassenberg). in 1325 wordt het peil regulerende (de Sproese Sluysse) al genoemd als grenspunt tussen Deurne, Vlierden en Bakel.
  • Deurne; de weijer van Bruggen (13400, de weijer op het Heuveleind (aent Hoveleynde, 1399)
  • Dommelen; Schepelweijer.
  • Gerwen; de Wijer.
  • Heeze-Leende; Wijers (1440).
  • Liempde; piscaria (1406).
  • Liessel; weijer van de abdij van Binderen, ook Witven genoemd (1340).
  • Maarheeze; de Weiers.
  • Middelrode; Vivarium.
  • Mierlo; een Weijer behorend bij het bezit van de kasteelheren van Mierlo.
  • Milheeze; Weijer (ook Eggelmeer) (1332).
  • Nuenen; Prinse(n)wijer of Prinse(n)weide. Genoemd naar een van de latere eigenaren; de Prins van Oranje. Door de weijer stroom nu de Hooidonksebeek, waarvan de bovenloop ook wel als Prinsenwater wordt aangeduid.
  • Reusel; Cleijnen Wijer, Schepersweijer en Bartelsweijer.
  • Schijndel; op den damme vande weijer (1382).
  • Sint-Oedenrode; vivarium (1320), weijer op de Caudenbergh (1431), weijer op Verrehout (1416).
  • Someren; een visvijver aan het Slieven (1615).
  • Veghel; vivarium (1406).
  • Vlierden; Wier.

Er zijn verder vermeldingen van weijers in de volgende plaatsen; Bakel, Stiphout, Eersel, Geldrop, Dommelen, Middelbeers, Diessen, Zeelst, Wintelre, Valkenswaard, Luyksgestel, Hapert, Knegsel, Veldhoven, Oirschot, Netersel, Oerle, Hoogeloon.

Zie voor meer en uitgebreide informatie over weijers in Oost-Brabant; jantimmers

Geraadpleegde bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *