Wijst

      Geen reacties op Wijst

Wijst is een bijzonder kwelverschijnsel dat optreedt als grondwater, aan de hoge zijde van een geologisch breuk tot aan het oppervlak wordt opgestuwd en daar uittreedt. Dit hydrologisch verschijnsel wordt alleen langs de westelijk Peelrandbreuk (grofweg tussen Oss en Gemert) wijst genoemd. Het verschijnsel zelf is niet uniek en komt ook elders in Brabant voor langs meer  breukzones onder de namen; Sprenk, Sprink, Zijp, Siep, Zeep, Leek of Spruit.

De meeste van bovengenoemde toponiemen zijn afgeleid van werkwoorden die uittredend grondwater aanduiden (sijpelen, springen, spruiten, lekken). Wijst is echter in eerste instantie een ontginnings-woord, in de betekenis van ‘weiland, vochtig hooiland’. Taalkundig is het typisch voor de oudste middeleeuwse ontginnings-geschiedenis van Uden en Nistelrode.

Weijnen (2003) noemt voor wijst de betekenis ‘poel, moeras’ op een Idg. basis *veis. Taaldracht noemt daarnaast wees (naar het verdwenen Middelnederlandse werkwoord wijzen). In Brabant synoniem voor het veel algemenere beemd (naar het werkwoord be-eemen) in de betekenis ‘ondergelopen of bevloeid weiland’. Analoog met wijst komt in de Achterhoek wis/wisce/wisch voor in de betekenis ‘weiland’ en in Groningen wiske ‘groenland dat ’s winters onderloopt’ (Bloemhoef e.a. 2008). In Duitsland algemeen als wese/wiese (Greule, 2020) eveneens in de betekenis van ‘hooiland, weiland’.

Weijnen (2003) noemt voor Noord-Holland nog wijzend in de betekenis ‘dijkje langs een keurvaart, waterloop’ dat op mnl. wisene teruggaat. Reeds in 1105-1120 (kopie ca. 1530) wordt melding gemaakt van een locatie Wisenford ‘doorwaadbare plaats in de wisene’ (ligging onbekend in Noord-Holland). Dat de betekenis ‘dijk, kade’ oud is, illustreert een citaat uit 1598: ‘De Lange Reise ter wederzijden bezet met kadijken, die men aldaer wijzenes noemt’. Zo ook de plaatsnaam Binnenwijzend (Drechterland, NH) Binnenwisen (1312). Schönfeld verwijst naar diverse andere wijzend-namen in de omgeving Edam, Volendam, Hoorn, Medemblik. In de ontginningsgeschiedenis gaat de naam dan over van het land op het water, vervolgens naar de erlangs liggende kade en vervolgens naar de plaats die langs de dijk ontstaat. Karsten (1951) verklaard de ‘d’ in wijzend als een meervoudsvorm van ‘weiland’ vergelijkbaar met de ‘t’ in wijst.

Van Berkel en Samplonius (2018) noemen mogelijke verwantschap met het Noord-Brabantse wijst ‘vochtige strook grond; laaggelegen, vochtige grond. Mogelijk ook  aan de basis van de plaatsnamen; Weesp (NH) Wesepa (1131) en Weeze (D) Wise (omstreeks 1100).

Daarnaast is Wiese zeer algemeen als riviernaam in het stroomgebied van de Rijn. In Noord-Duitsland komt de riviernaam als Wese(r) voor. (Greule, 2013). Het woord heeft zich in Noord-Brabant niet gevestigd als riviernaam. In Vlaams-Brabant en Vlaams-Limburg twee keer als Weesbeek bij Kampenhout (Brussel) en Sint-Lambrechts (Hasselt).

Vast staat dat wiese zich via Oudhoogduits wisa en Middelhoogduits wise heeft ontwikkeld op dezelfde Indo-Germaanse basis als het  *veis dat hierboven al door Weijnen wordt genoemd, in de betekenissen ’(ont)spruiten, groeien, vloeien’ Naar Ortner (2009) en Pokorny (1959). De betekenis ‘ontspruiten, groeien’ is ook bij ons bekend in de woorden wisse/wede/wishout voor ‘jonge wilgentak’.

Vergelijk daarnaast ook het woord wide/wijde/weide (weythe (900-1000), wede (1253), weye (1432). Onduidelijk is hoe de woorden wijst en weide elkaar hebben beïnvloed. In het Duits betekent weide oorspronkelijk eveneens ‘grasland’ echter is daar modern grotendeels verdrongen door wiese waarna weide de betekenis van ‘wilg’ heeft behouden. In het Nederlands is wede ‘moerasbos’ juist verdrongen door wijm, werft en later wilg en heeft wede zich juist als modern ‘weide’ ontwikkeld. Ook al hebben beide woorden mogelijk een zelfde etymologisch basis, het is niet te verwachten dat middeleeuws wijst zich uit weythe/wede/weide heeft ontwikkeld, maar wel uit wijzen/wees/wese/wiese. Resteert nog het t-suffix in wijst. Dit geeft ‘een verzameling’ aan ofwel ‘plaats met veel van het zelfde’. In dit geval natte weide- of hooilanden. Vergelijk de toponiemen; Berkt ‘berkenbos’, Elmpt ‘iepenbos’, Aalst ‘elzenbos’, Bokt  ‘beukenbos’ en Werft  ‘wilgenbos’. Naar van Berkel (2017).

Bron: Wijstgronden in de Maashorst (foto: Twan Teunissen, Staatsbosbeheer (2016).

Volksverhalen over wijst

Dat het wijstverschijnsel tot in de 20e eeuw onder de gewone bevolking een onbekend hydrologisch fenomeen bleef, blijkt uit het artikel van Timmers (2020). In het Registrum Memoriale van de parochie Boekel schreef pastoor Bijl in het midden van de 19de eeuw:

“Het dorp is bijna midden met eenen bergketen doorsneden, lopende van het zuidoosten naar het noordwesten; het is opmerkzaam dat voor de bergketen van de zuidzijde bijna geen steentje in den grond gevonden wordt, terwijl achterop van de noordzijde de grond bijna een kieselbank is en nog opmerkzamer, dat bijna onmiddellijk achter de bergketen van het zuidoosten naar het noordwesten langs door het dorp een streek loopt die opwelt en waar het water tot boven in den grond zit. Die streek is de vruchtbaarste van het dorp en verdroogt nooit en is op de meeste plaatsen minder of meer met ijzererts bezwangerd; de landman noemt deze grond Wijst.” (Pennings,1970)

Timmers noemt een tweede volksverhaal waarbij het onbekende wijstverschijnsel mogelijk als een “onderaardse rivier” wordt verklaard.

Het zal menigeen wel opgevallen zijn, dat in een droge zomer, als bijna alle weilanden verdroogd zijn en er enkel dor gras te vinden is, op sommige plaatsen nog mals groen gras staat. Vaak betreft dat een brede baan dwars door de weilanden heen. Dit merkwaardige verschijnsel duidt op de aanwezigheid van water, vaak op het trekken van de wijst op die plaats. Een aantal jaren geleden vertelde iemand mij, dat hij gehoord of gelezen had, dat er een brede onderaardse rivier van Gemert in de richting Nijmegen stroomde”. (Van der Wijst, 1968).

Historische veldnamen met Wijst

  1. Hooge Wijst, Lage Wijst, Wijst Bunders (Heesch)

De Hooge Wijst, Lage Wijst en Wijst Bunders nabij Heesch. In dit gebied lopen op korte afstand van elkaar twee geologisch breukzones in Noord-Zuidrichting langs buurtschap Berkt en Heesch-dorp. Bron: Schattingskaart Heesch, verzamelplan (1886). Raadpleeg: BHIC.

Geraadpleegde bronnen

  • J. Pokorny: Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch (1959).
  • J. de Vries: Nederlands Etymologisch Woordenboek (1971).
  • A. Weijnen: Etymologisch dialectwoordenboek (2003).
  • Karsten: Noord-Hollandse plaatsnamen (1951).
  • M. Schönfeld: Nederlandse waternamen (1955).
  • A. Greule: Deutsches Gewässernamenbuch (2013).
  • H. Bloemhof, J. v.d. Kooi, H. Niebaum, S. Reker: Handboek Nedersaksische taal en letterkunde (2008).
  • K. Heeroma: Maaiwoorden. Twentse taalbank (raadpleeg 2021). http://www.twentsetaalbank.nl/docs/DmB_1958-Maaiwoorden-8_Nogmaals_Zwade-HeeromaK.pdf
  • Taaldracht: Vergeten woorden. Geraadpleegd 2020. https://taaldacht.nl/vergeten-woorden-w/
  • G. van Berkel & K. Samplonius: Nederlandse plaatsnamen verklaard (2018).
  • G. van Berkel: Noord-Brabantse plaatsnamen verklaard (2017).
  • J. Timmers: Over mensen en de Peelrandbreuk. Grondboor & Hamer (2020).
  • M. Pennings: Ook in Boekel “trekt’ de Wijst, Gemerts Heem 38 (1970).
  • M. van der Wijst: De Wijst een onderaardse waterweg. Gemerts Heem nr 30 (1968).
  • M. Schrijnemakers: De verklaring van Wolf-toponiemen aan de hand van plaats-, straat- en veldnamen uit Nederlands-Limburg (1986).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *