Zeeg

      Geen reacties op Zeeg

Bij de waternamen Zeeg en Zeek behoren etymologisch de werkwoorden zeiken/zijgen, met een idg. basis *seik  in de betekenis van; uitgieten, filteren, langzaam vloeien, druppelen, wegzijgen. Het toponiem is oud. Er zijn in Noord-Brabant slechts drie voorbeelden bekend; de Berghemsche Zeeg (Oss), Polder De Zeeg in Drunen en buurtschap Driezeeg (Middelrode). Daarnaast komt het woord voor in ‘zegedijken’ (soms verbasterd tot zeedijken). Zie ook de artikelen onder de namen Zegedijk en Zeek.

Als naam van het buurtschap Driezeeg, later uitgegroeid tot het huidige centrum van het dorp Middelrode (gemeente Sint-Michielsgestel). Het is een zeer oud toponiem. Gesuggereerd wordt dat de naam afkomstig is van drie wegen, waaraan het buurtschap in de 14e eeuw is ontstaan. Het moederdorp Berlicum is echter veel ouder.  Meer waarschijnlijk is dat het buurtschap zijn naam heeft ontleend aan de drie waterlopen die het buurschap omringen.

In het rivierengebied tussen Maas en Waal zijn de zeeg-namen algemener. Beekman beschrijft een situatie voor de bovenampten van het kwartier van Nijmegen, waarbij zeeg algemeen voorkomt als een hoofdwaterleiding langs een dijk. Na de bedijking van de Maas en de Waal werden in de 13e en 14e eeuw de moerassen in de achterliggende komgebieden ontgonnen. De oude wegen op de stroomruggen en de dijken langs de rivier vormden daarbij over het algemeen de ontginningsbases, met daarlangs de boerderijen. Het overtollige water werd in noordwestelijke richting afgevoerd via zogenaamde ‘zegen’ of ‘pijpen’ naar de rivier de Linge. Deze ‘leigraven’ werden aangelegd in de laagste en natste delen van het landschap en vormden veelal de grens tussen het grondgebied van verschillende dorpspolders. Dwars op deze watergangen werden afwateringssloten gegraven. Voorbeelden zijn; Verloren Zeeg, Doornikse Zeeg, Verloren Zeeg en de Beneden Zeeg in de omgeving Lent en Bemmel (De Jong, 2015).

Ook in de Brabantse situatie vormt de Zeeg de grens tussen de dorpspolders in het Land van Ravenstein, Megen en Berchem. Aangenomen mag worden dat voor het Brabantse deel van het rivierengebied er sprake is van een vergelijkbare ontginningsgeschiedenis. Ook in Drunen zal de naam van de oude Polder De Zeeg oorspronkelijk met de dijk (de huidige Heidijk) of de daarlangs liggende waterloop (Loonse Vaart) zijn ontleend. In de literatuur wordt soms aangenomen dat deze dwarsdijken of zijwendes mogelijk ouder zijn dan de Maasdijken die dateren uit de periode 1275-1325.

Kaart dienende tot het project van den heer M. van Barneveld vryheer van Noordeloos en Overslingerland en burgemeester enz. enz. te Gorinchem wegens het maken van een overlaat, tusschen Baardwyk, en Drunen, tot aflatinge van het overvloedig afkomende boven water, en voorkominge van inundatien (1754) BHIC.

De relatief jonge polder De Zeeg lag buiten de oude Drunenschen Dijk, ook wel Meer- of  Heidijk genoemd, in het tracé van de Beersche Maas. Waterstaatskaart Geertruidenberg-4  (1875).

 

 

Buurtschap Driezeeg op de Waterstaatskaart 1876 (‘s-Hertogenbosch-3).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *