Zijl

      Geen reacties op Zijl

Zijl komt voor in de betekenis van; (spui)sluis, grondduiker, aquaduct, verlaat, waterloop, riool, afwatering, gracht, getijdekreek. Ook in de schrijfwijze; zijle, zijl, zeyl, zile, sijl, sile, sil, siel, syl, ziel. Het woord komt voor in diverse Germaans talen. In Noord-Brabant niet als waternaam aangetroffen, wel als historische aanduiding van een waterstaatswerk in de West-Brabantse turfvaarten en in de binnenstad van Den Bosch. In het Land van Heusden en Altena wordt in 1277 al over een zilis in de betekenis van sluis gesproken.

Naar Greulle (2014) is de naam zijl ontstaan uit de Indo-Germaanse stam *seihw met de betekenis van (weg)zijgen. Het l-achtervoegsel is een z.g. ‘nomen instrumenti’ en duidt op een werktuig dat behoort bij het werkwoord wegzijgen. Reeds zeer vroeg (12e eeuw) komt zijl voor in de betekenis van ‘uitwateringssluis’ van een door dijken van de zee afgesloten polder. De naam zijl bleef in Groningen en Friesland de gewone naam voor sluis, ook nadat deze zich had ontwikkeld van uitwateringssluis naar schutsluis. Is o.a. aanwezig in de plaatsnaam  Delfzijl (Delfzilen, 1303). Andere Friese waarnemingen (syl) gaan terug tot begin 9e eeuw.

Met zijlvesten (ouder silrjichten) worden in Friesland en Groningen de organisaties aangeduid, die elders waterschappen of (hoog)heemraadschappen worden genoemd en die zich richten op het beheer van de dijken, wegen en uitwateringssluizen in een aan zee grenzende polder. Het woord zijlvest is samengesteld uit de woorden zijl (sluis) en veste (jurisdictie). Modern leeft dit woord voort in de naam van waterschap Noorderzijlvest. Voordat de polders werden voorzien van bemaling was de afwatering in de polders geheel afhankelijk van het (bij laag water) lozen en (bij hoog water) sluiten van de spuisluizen. Het hoogteverschil tussen eb en vloed hield de polder droog en voorkwam de indringing van zout water.

Turfvaarten

Naar Van Loon (1965) had zijl in de zuidwesthoek van Noord-Brabant de betekenis van grondduiker, heul, of aquaduct, leidingbuis voor de doorvoer van water onder een dam of andere waterloop door, ook wel ‘ondersijl’ genoemd. Naar Greule (2014) werd sile ook in Brandenburg (D) omstreeks 1300 aangeduid met Latijns ‘aquaeductus’. In 1632 wordt een waterloop bij Nieuwmoer (B) door een turfvaart met Roosendaal verbonden ‘deur sekere ondersyltken bij lockvaert tegen Rycke vaerdeken’. Nabij  in Kalmthout (B) ‘… ter plaetse alwaer de groote s’heere beke die los allen het water van Calmpthout loopt onder doorde torffvaerte door een ziel oft verlaet nortwaert op naer Esschen’.

In Wet-Brabant komt ziel voor bij de aanleg van turfvaarten. Het vervoer van turf per schuit door turfvaarten vereiste soms een kostbare infrastructuur omdat er natuurlijke hoogteverschillen tussen beekdalen moesten worden overbrugd. Zo werd eind 16e eeuw werd een nieuwe turfvaart aangelegd van Huijbergen naar Roosendaal. Naar Leenders (2013) was er in het kanaal sprake van vijf zielen, waaronder één van 4 roeden (16 meter) lang. Dit ziel lag tussen Langdonk en Borteldonk. Een tweede lag in de Esschene Beecke bij Moerendaal. Een derde ziel moet over de Spillebeek  gelegen hebben. De twee resterende zielen waren mogelijk geen echte aquaducten maar grondduikers.

Montagefoto van een passage van turfschuiten die via een zijl het lager gelegen beekdal passeren (fotobewerking Ben Steffen). Bron: De Koerier van Brabants Heem (2013).

De binnenstad van Den Bosch

In de stad  ’s-Hertogenbosch was zile tot in de 14e eeuw de algemene term voor de stuwen in de Binnendieze. Waarschijnlijk is het woord als vakterm meegebracht door werklieden uit Holland of Vlaanderen tijdens de aanleg van de waterwerken in toe nieuwe stad stad. Vanaf begin 16e eeuw werd voortaan gesproken over ‘sluyse ende verlaet’. De ‘sluyse’ dienden voor het schutten van schepen en de ‘verlaet’ voor het peilbeheer in de stad.

Als waternaam is zijl beperkt tot Noord- en West-Nederland. De Zijl (Sile, 1208) is nu een waterloop tussen de Oude Rijn (Leiden) en de Kagerplassen. Oorspronkelijk een getijdekreek die via de Oude Rijn in open verbinding stond met de zee. In Friesland is de naam algemeen.

Bij Amersfoort de plaatsnaam Zeldert. Oorspronkelijk een waternaam en de naam van een polder. Het is een samenvoeging van ‘drecht’ en ‘sile’ verwijzend naar de oudste ontginningsgeschiedenis van de polder. Centraal in de polder lag een tot wetering vergraven natuurlijk water ‘de weteringe van Zeldrecht’ (1363) . Via een uitwateringssluis (de Neerselderse Sluis) kon men spuien via de Eem naar de Zuiderzee. Een oorkonde van het stadsbestuur van Amersfoort uit 1492 maakt melding van een overeenkomst, gesloten door alle geërfden van de buurpolder Zeldrecht beneden ’s weges om een watermolen op te richten en op gemene kosten te onderhouden, evenals de toen reeds bestaande sluis.

Historische veldnamen met zijl

  • Roosendaal: ‘aent zijl’ (1650) ook ‘aent zeyl’ (1695)
  • Nispen: de naam staat voor de vroegere kruising van de Molenbeek en de Jan van Nispenvaart; ‘over de vaert aent sijl’(1565) ook ‘het steenen zijl (1767).
  • Wouw: bij het kasteel van Wouw ’t zijl, mogelijk een constructie tussen de kasteelgracht en de Smalle Beek.
  • Als toponiem in Zuidwest Brabant verder aangetroffen; Zielput, (D)ondersijl, Zeylderweyde, Zylblok. Zie Van Loon (1965).

Geraadpleegde bronnen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *