Zoe

      1 reactie op Zoe

Zoe, Zoei, Zoef,  ook in de vorm Soe, zijn vrij algemene waternamen in de betekenis van een gegraven geul, greppel, riool, bedoeld voor afwatering. In moderne overlevering vooral voor de verzameling van vuil water of vloeibare dierlijke mest. Naast zoei komen in Vlaanderen de vormen zouw, zode, zoo(i), zeu, zoeg en zeug voor. De vorm (water)zoe is in de omgeving Kampenhout en Heers zeer talrijk. In Noord-Brabant naast zoei, ook zoe/soe en zoef. De etymologie is oud (Indo-Europees) en houdt mogelijk verband met het werkwoord (in)snijden.

Plaatsbeschrijvingen

(1) Zoeferloop (Luyksgestel)

De Zoef of Zoeferloop is een kleine waterloop in het stroomgebied van de Keersop. De loop ontspringt op het hoogste punt van Noord-Brabant, in het gebied Waterkuilen-De Rijt  ten noordwesten van Luyksgestel (44 meter + NAP).

(2) Waterzoe (Baarle)

Een leen bestaande uit 1 lopende land in de Katerstraat neven de Waterzoe inde Heysacker te  Baarle (16e eeuw).

(3) Soeloop (Deurne)

Een uit de Peel komende afvoerbeek in het stroomgebied van de Astense Aa. Een eerste vermelding als moerasgebied (Liessel) in 1544, ‘een heytvelt, gel. int Arenbroeck aende Zoee. In 1662 wordt vermeld  ‘de gemeene naegeburen in vrede toegelecht den Pedel van Liessel op Soeij om aldaer niet te mogen torfen off clot steken voor, in ofte nae het sayen van de boeckweijt than alleen als den selven voorschreven Peel inde kercken van Doerne wort ontslagen” De vroegste vermelding van de schrijfwijze Zoeloop  is van 1787 .

Soeloop Deurne. Bron: http://www.saspeelland.nl/biografie/files/fig-25.gif

(4) Zoeiloop (Eindhoven)

Kleine waterloop afwaterend de beek de Gender. Ligging onbekend. Waarschijnlijk opgegaan in de stad Eindhoven.

(5) Zoeven (Luyksgestel – Lommel)

Het watersysteem van de vloeiweiden of weteringen (B) werkte met aanvoersloten, de Grote – en de Kleine Fosse  (fosse = gracht) die het voedselrijke water uit het in 1843 gegraven Maas-Schelde kanaal aanvoerden.  Het water werd vervolgens  via bovensloten in het gebied geleid en via ondersloten weer afgevoerd naar het natuurlijke bekenstelsel van de Keunensloop en de Beekloop op Nederlands grondgebied. De honderden kleine greppels in de vloeiweide noemt men zoeven.

Een stelsel van greppels (zoeven) aan- en afvoerkanaaltjes in het watersysteem van de vloeiweiden of weteringen. Bron: Waterstaatskaart Valkenswaard 1 (1877)

 

Historische veldnamen

In Leenderstrijp de Zoei, in Heeze de Zoeigraafakker, in Leende moerasgrond de Zoeiden, de Zoe terrein in Veldhoven/Oerle, de Zoeve akkergrond in Luyksgestel, In Gemert-Zijlberg een heytvelt, gelegen int Arenbroeck aende Zoee, in Gemert-Zijlberg de nieuwe zoey (1544), in Liessel Zoeimeer. In Wanroij Zoetelaar ontgonnen peelmoeras.

Geraadpleegde bronnen

  • De Bont (1969)
  • Schonfeld (1955)
  • Van loon (1965)
  • Tom Spamer, Deurnese toponiemen (2010)
  • Moerman, Nederlandse plaatsnamen (1956)
  • Van Rijswijk
  • Smulders (1952), Artikelen in de Nieuwe Tilburgse Courant (Leenboek der abdij van Thorn)
  • P. Kempeneers, K. Leenders, V. Mennen, B. Vannieuwenhuyze, Vlaamse waternamen (2016)
  • P. Kempeneers, Hydronymie van het Dijle. Naamkunde. Jaargang 15 (1983)

http://www.saspeelland.nl/biografie/files/fig-25.gif

1 opmerking over “Zoe

  1. Geuens Fons

    De “Soef” in Balen, België.
    Soe (zoe) is een variant van Limburgs zouw en komt in vele vormen met -oe-in de Belgische Antwerpse Kempen voor.: zoef, zoei, zoeg. Ook de zoeven in de Lommelse wateringen behoren hierbij. De oorspronkelijke betekenis van Middelnederlandse soe was ‘straatgoot, greppel, smalle gracht’. De betekenis ging over op een ietwat bredere gracht voor de afvoer van water. (In de Wateringen te Lommel voor de aanvoer!). De waternaam ging daarna over op het aanliggende terrein (cf. rijt) en werd uiteindelijk ook een straatnaam zoals in Balen.

    Antwoord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *